CarPort Docs

Softwaredocumentatie

CarPort Documentatie

💡 De inhoud van dit document heeft betrekking op CarPort versie 3.1. Oudere of nieuwere versies kunnen afwijkende functies hebben.

Inleiding

CarPort is gespecialiseerde diagnosesoftware voor Microsoft Windows, ontwikkeld voor het onderhoud, de reparatie en de configuratie van voertuigen van het Volkswagen-concern. De software ondersteunt vrijwel alle voertuigen van de merken VW, Audi, SEAT, Škoda en Cupra vanaf bouwjaar 1990 en richt zich zowel op ambitieuze particuliere gebruikers als op professionele werkplaatsen die op zoek zijn naar een kostenefficiënt alternatief voor de OEM-diagnosesystemen.

In tegenstelling tot generieke OBD-2-scanners, die slechts toegang bieden tot emissiegerelateerde parameters van de motorregeleenheid, implementeert CarPort de fabrikantspecifieke diagnoseprotocollen KWP1281, KWP2000 en UDS. Hiermee krijg je volledige toegang tot alle in het voertuig ingebouwde regeleenheden – van de motorregeling via airbag- en remsystemen tot aan de comfortelektronica en het infotainment. De communicatie verloopt, afhankelijk van de voertuiggeneratie, via de K-lijn (oudere voertuigen tot ca. 2004) of de CAN-bus (moderne voertuigen). CarPort herkent de betreffende configuratie automatisch en abstraheert de technische details, zodat je je op het eigenlijke diagnosewerk kunt concentreren.

Het functieaanbod omvat alle essentiële gebieden van de voertuigdiagnose: het uitlezen en wissen van foutcodes, de realtime bewaking van sensor- en actuatorgegevens, de gerichte aansturing van actuatoren, de codering en aanpassing van functies van de regeleenheden evenals het uitvoeren van basisinstellingen na reparaties. Daarnaast adresseert CarPort de specifieke uitdagingen van de VAG-diagnose – zoals de co-existentie van verschillende generaties protocollen in één voertuig, beveiligde toegangsgebieden met login-codes en de cryptografische beveiligingsmechanismen (SFD) die bij de nieuwste voertuiggeneraties worden gebruikt. De afzonderlijke functies worden in de volgende hoofdstukken uitgebreid beschreven.

Vereisten & compatibiliteit

Om CarPort zonder beperkingen te kunnen gebruiken, moeten zowel je computersysteem als de gebruikte diagnose-interface aan bepaalde eisen voldoen.

Systeemvereisten

CarPort is ontworpen als een native Windows-applicatie. Voor een soepele werking raden we de volgende systeemconfiguratie aan:

  • Besturingssysteem: Windows 10 of Windows 11 (beide 64-bit versie).
  • Processor & geheugen: Een standaard laptop of tablet met x86-64 architectuur (min. dual-core, 4 GB RAM).
  • Harde schijf: Ca. 2 GB vrije opslagruimte voor programmabestanden en logs.
  • Aansluitingen: USB-A of USB-C poort voor de diagnose-interface.
  • Internetverbinding: Strikt noodzakelijk voor de eerste activering en updates. De eigenlijke diagnose aan het voertuig werkt volledig offline.

Opmerking over "Windows on Arm": Deze architectuur wordt officieel niet ondersteund. Dankzij de in Windows geïntegreerde x64-emulatie is het gebruik vaak toch mogelijk, maar dit vereist wel speciale ARM64-stuurprogramma's voor de interface (zie Installatie).

Ondersteunde voertuigen

CarPort ondersteunt vrijwel alle voertuigen van de merken Volkswagen, Audi, SEAT, Škoda, Cupra vanaf bouwjaar 1990 tot heden.

De volgende tabel geeft informatie over de compatibiliteit van specifieke modellen. Vergelijk de typecode om je voertuig te identificeren.

Fabrikant Model Typecode Productieperiode Opmerkingen
Audi 80 8C 1992 - 1995 2x2 adapter vereist
Audi 100 4A 1991 - 1994
Audi A1 8X 2010 - 2018
Audi A1 GB 2018 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi A2 8Z 1999 - 2005
Audi A3 8L 1996 - 2003
Audi A3 8P 2003 - 2013
Audi A3 8V 2012 - 2020
Audi A3 8Y 2020 - 2025 SFD vanaf 2020; SFD/UNECE vanaf 2024
Audi A4 B5 8D 1994 - 2001
Audi A4 B6 8E 2000 - 2004
Audi A4 B7 8E 2004 - 2008
Audi A4 B8 8K 2007 - 2015
Audi A4 B9 8W 2015 - 2024 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi A4 Cabriolet 8H 2002 - 2009
Audi A5 8T 2007 - 2016
Audi A5 8F 2009 - 2016
Audi A5 F5 2016 - 2024 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi A5 B10 FU 2024 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi A6 C4 4A 1994 - 1997
Audi A6 C5 4B 1997 - 2005
Audi A6 C6 4F 2004 - 2011
Audi A6 C7 4G 2011 - 2018
Audi A6 C8 4A/F2 2018 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi A6 C9 - 2025 - SFD/UNECE
Audi A7 C7 4G 2010 - 2018
Audi A7 C8 4K/F2 2018 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi A8 D2 4D 1994 - 2002
Audi A8 D3 4E 2002 - 2010
Audi A8 D4 4H 2010 - 2017
Audi A8 D5 4N/F8 2017 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi Cabrio 8G 1991 - 2000 2x2 adapter vereist
Audi e-tron GT FW 2021 - 2025 SFD vanaf 2021; SFD/UNECE vanaf 2024
Audi Q2 GA 2016 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi Q3 8U 2011 - 2018
Audi Q3 F3 2018 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi Q4 e-tron FZ 2021 - 2025 SFD vanaf 2021; SFD/UNECE vanaf 2024
Audi Q5 8R 2008 - 2017
Audi Q5 FY 2017 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi Q6 e-tron GF 2024 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi Q7 4L 2006 - 2015
Audi Q7 4M 2015 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2023
Audi Q8 4M 2018 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2023
Audi Q8 e-tron GE 2018 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Audi R8 42 2006 - 2015
Audi R8 4S/FX 2015 - 2024
Audi TT 8N 1998 - 2006
Audi TT 8J 2006 - 2014
Audi TT FV 2014 - 2023
Cupra Born K1 2021 - 2025 SFD vanaf 2022; SFD/UNECE vanaf 2024
Cupra Formentor KM7 2020 - 2025 SFD vanaf 2020; SFD/UNECE vanaf 2024
Cupra Tavascan VZ 2023 - 2025 SFD vanaf 2023; SFD/UNECE vanaf 2024
Ford Explorer - 2020 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024; identiek aan ID.4
Ford Galaxy WG 1996 - 2006 identiek aan VW Sharan 7M
Ford Tourneo Connect - 2022 - 2025 SFD vanaf 2022; identiek aan VW Caddy V
MAN TGE SY 2017 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024; identiek aan VW Crafter 2
Seat Alhambra 1 7V 1996 - 2010
Seat Alhambra 2 71 2011 - 2020
Seat Altea 5P 2004 - 2015
Seat Arona KJ7 2017 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Seat Arosa 6H 1997 - 2004
Seat Ateca 5FP/KH7 2016 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Seat Exeo 3R 2008 - 2013
Seat Ibiza 2 6K 1993 - 2002
Seat Ibiza 3 6L 2002 - 2008
Seat Ibiza 4 6J/6P 2009 - 2017
Seat Ibiza 5 6F 2017 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Seat Inca 9KS 1995 - 2003
Seat Leon 1 1M 1999 - 2006
Seat Leon 2 1P 2005 - 2012
Seat Leon 3 5F 2012 - 2020
Seat Leon 4 KL 2020 - 2025 SFD vanaf 2020; SFD/UNECE vanaf 2024
Seat Mii KF 2011 - 2021
Seat Tarraco KN 2018 - 2024 SFD/UNECE vanaf 2024
Seat Toledo 1 1L 1991 - 1999 2x2 adapter vereist
Seat Toledo 2 1M 1999 - 2004
Seat Toledo 3 5P 2004 - 2009
Seat Toledo 4 KG 2012 - 2019
Škoda Citigo NF 2012 - 2020
Škoda Enyaq iV NY/5A 2020 - 2025 SFD vanaf 2020; SFD/UNECE vanaf 2024
Škoda Fabia 1 6Y 1999 - 2007
Škoda Fabia 2 5J 2007 - 2014
Škoda Fabia 3 NJ 2014 - 2021
Škoda Fabia 4 PJ 2021 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Škoda Felicia 6U 1995 - 2001
Škoda Kamiq NW 2020 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Škoda Karoq NS/NU 2017 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Škoda Kodiaq 1 NS 2017 - 2023
Škoda Kodiaq 2 PS 2019 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Škoda Octavia 1 1U 1996 - 2010
Škoda Octavia 2 1Z 2004 - 2013
Škoda Octavia 3 5E 2013 - 2020
Škoda Octavia 4 NN/NX 2020 - 2025 SFD vanaf 2020; SFD/UNECE vanaf 2024
Škoda Pick Up 67 1995 - 2001
Škoda Rapid NH 2012 - 2019
Škoda Roomster 5J 2006 - 2015
Škoda Scala NW1 2019 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
Škoda Superb 1 3U 2001 - 2008
Škoda Superb 2 3T 2008 - 2015
Škoda Superb 3 3V 2015 - 2023
Škoda Superb 4 3Y 2023 - 2025 SFD vanaf 2023; SFD/UNECE vanaf 2024
Škoda Yeti 5L 2009 - 2017
VW Amarok 2H 2010 - 2023
VW Arteon 3H 2017 - 2024 SFD/UNECE vanaf 2024
VW Beetle 5C 2011 - 2019
VW Bora 1J 1998 - 2005
VW Caddy 2 9KV 1995 - 2003
VW Caddy 3 2K 2003 - 2015
VW Caddy 4 SA 2015 - 2020
VW Caddy 5 SB 2020 - 2025 SFD vanaf 2021
VW CC 35 2008 - 2016
VW Corrado 50 1991 - 1995 2x2 adapter vereist
VW Crafter 2 SY/SZ 2017 - 2025 SFD vanaf 2023; SFD/UNECE vanaf 2024
VW Eos 1F 2006 - 2015
VW Fox 5Z 2005 - 2011
VW Gol 2 AB9 1994 - 2013
VW Gol 3 NF 2008 - 2022
VW Golf 2 1G 1991 - 1992 2x2 adapter vereist
VW Golf 3 1H 1991 - 1997 2x2 adapter vereist
VW Golf 4 1J 1997 - 2006
VW Golf 5 1K 2003 - 2008
VW Golf 6 5K 2008 - 2012
VW Golf 7 AU 2012 - 2020
VW Golf 8 CD 2020 - 2025 SFD vanaf 2020; SFD/UNECE vanaf 2024
VW Golf Plus 5M 2004 - 2014
VW Golf Sportsvan AM 2014 - 2020
VW ID Buzz EB 2022 - 2025 SFD vanaf 2022; SFD/UNECE vanaf 2024
VW ID.3 E11 2019 - 2025 SFD vanaf 2020; SFD/UNECE vanaf 2024
VW ID.4 E21 2020 - 2025 SFD vanaf 2021; SFD/UNECE vanaf 2024
VW ID.5 E39 2022 - 2025 SFD vanaf 2022; SFD/UNECE vanaf 2024
VW ID.7 ED 2023 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
VW Jetta 5 1K 2005 - 2010
VW Jetta 6 162 2010 - 2018
VW Lupo 6E/6X 1998 - 2005
VW Mexico Kever 11 1991 - 2002
VW Multivan (T7) ST 2022 - 2025 SFD vanaf 2022; SFD/UNECE vanaf 2024
VW New Beetle 9C 1997 - 2010
VW New Beetle Cabriolet 1Y 2003 - 2010
VW Passat B3 31 1991 - 1993 2x2 adapter vereist
VW Passat B4 3A 1993 - 1997
VW Passat B5 3B 1996 - 2005
VW Passat B6 3C 2005 - 2010
VW Passat B7 3C 2010 - 2015
VW Passat B8 3G 2014 - 2023
VW Passat B9 CJ 2023 - 2025 SFD vanaf 2023; SFD/UNECE vanaf 2024
VW Phaeton 3D 2002 - 2016
VW Polo 2 86C 1991 - 1994 2x2 adapter vereist
VW Polo 3 6N 1994 - 2001
VW Polo 4 9N 2001 - 2009
VW Polo 5 6R 2009 - 2017
VW Polo 5 6C 2014 - 2017
VW Polo 6 AW 2017 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
VW Scirocco 13 2009 - 2017
VW Sharan 1 7M 1996 - 2010
VW Sharan 2 7N 2010 - 2022
VW T-Cross C1 2019 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
VW T-Cross D31 2019 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
VW T-Roc A1 2017 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
VW T-Roc AC8 2020 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
VW T4 70 1991 - 1995 2x2 adapter vereist
VW T4 7D 1996 - 2003
VW T5 7H/7E 2003 - 2015
VW T6 SG 2015 - 2019
VW T6.1 SH 2019 - 2023
VW Taigo CS 2021 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
VW Tayron R41 2024 - 2025 SFD/UNECE
VW Tiguan 1 5N 2007 - 2017
VW Tiguan 2 AD1 2016 - 2024
VW Tiguan 3 CT 2024 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
VW Touareg 1 7L 2002 - 2010
VW Touareg 2 7P 2010 - 2018
VW Touareg 3 CR7 2018 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
VW Touran 1T 2003 - 2015
VW Touran 5T 2015 - 2025 SFD/UNECE vanaf 2024
VW up! 1S 2011 - 2023
VW Vento 1H 1992 - 1998 2x2 adapter vereist
VW Virtus - 2018 - 2025

Schrijfbeveiliging en toegangsbeperkingen (SFD, SFD2/UNECE, Secure Gateway)

In de bovenstaande voertuigtabel staan bij nieuwere modellen de aanduidingen SFD en SFD/UNECE. Deze markeren verschillende niveaus van toegangsbeperkingen die de Volkswagen-groep heeft ingevoerd ter bescherming van de voertuigelektronica. Voor het diagnosewerk met CarPort is het belangrijk om de verschillen te kennen, aangezien deze direct van invloed zijn op de beschikbare functionaliteit.

SFD (Bescherming van de voertuigdiagnose) – vanaf ca. 2020:

SFD is een cryptografisch beveiligingsmechanisme op regelapparaatniveau, dat sinds ca. modeljaar 2020 (Golf 8, Octavia 4, Seat Leon 4 e.a.) wordt gebruikt. Het vervangt de eerdere toegangsautorisatie (statische 5-cijferige code) door een challenge-response-procedure met een voertuigspecifiek token en key.

  • Beperking: Schrijvende functies (Codering, Aanpassing, Basisinstelling) zijn geblokkeerd totdat deze worden vrijgeschakeld.
  • Lezende functies (foutgeheugen uitlezen, meetwaarden, regelapparaatinfo) blijven onbeperkt beschikbaar.
  • Vrijschakeling: Mogelijk via de in CarPort geïntegreerde offline-procedure (token genereren → key via externe dienst verkrijgen → key invoeren). De volledige handleiding vind je onder SFD.

SFD/UNECE en Secure Gateway – vanaf ca. 2024:

Vanaf modeljaar 2024 implementeert de Volkswagen-groep naast SFD een zogenaamde Secure Gateway in combinatie met de UNECE-reglementering R155 (VN-verordening inzake cyberbeveiliging van voertuigen). Deze combinatie wordt in de voertuigtabel aangeduid als SFD/UNECE.

De Secure Gateway is een toegangsblokkade op gateway-niveau, die het communicatiepad tussen de diagnose-interface en het regelapparaat al beperkt – nog voordat de eigen SFD-beveiliging van het regelapparaat in werking treedt. Het gaat hier dus om een tweetrapsbeveiliging:

Stap Mechanisme Niveau Effect
1. Secure Gateway Gateway filtert diagnosecommando's Voertuig-gateway (adr. 19) Alleen geautoriseerde commando's worden doorgestuurd naar regelapparaten
2. SFD Cryptografische authenticatie Individueel regelapparaat Schrijvende functies pas na token/key-vrijschakeling

Gevolgen voor de diagnose met CarPort:

Zonder extra authenticatie bij de Secure Gateway zijn bij SFD/UNECE-voertuigen de volgende functies beschikbaar:

  • Foutgeheugen uitlezen
  • Foutgeheugen wissen
  • Regelapparaatinfo lezen
  • Meetwaarden lezen

De volgende functies zijn niet beschikbaar zolang er geen gateway-authenticatie heeft plaatsgevonden:

  • Codering
  • Aanpassing
  • Basisinstelling
  • Actuatortest
  • Installatielijst wijzigen

⚠️ Belangrijk: De vrijschakeling van de Secure Gateway vereist een authenticatie op gateway-niveau, die verder gaat dan het eerdere SFD-mechanisme. Dit is een beperking vanuit de fabrikant die alle onafhankelijke diagnosesystemen in gelijke mate treft. CarPort ondersteunt de SFD-vrijschakeling op regelapparaatniveau (zie SFD), maar de gateway-authenticatie is afhankelijk van de beschikbaarheid van compatibele vrijschakeldiensten.

Samenvatting van de beveiligingsniveaus:

Voertuiggeneratie Beveiliging Lezende functies Foutgeheugen wissen Schrijvende functies
Voor 2020 Toegangsautorisatie / Login Onbeperkt Onbeperkt Na invoer van de toegangscode
Vanaf ca. 2020 (SFD) SFD Onbeperkt Onbeperkt Na SFD-vrijschakeling (token/key)
Vanaf ca. 2024 (SFD/UNECE) Secure Gateway + SFD Onbeperkt Onbeperkt Na gateway-authenticatie + SFD-vrijschakeling

Ondersteunde diagnosehardware

De keuze van de juiste interface is in hoge mate bepalend voor welke functies je in CarPort tot je beschikking hebt. We onderscheiden in principe twee categorieën:

  1. Voor VAG-voertuigen (Vereist): Om een volledige diagnose aan je VW, Audi, SEAT of Škoda uit te voeren, heb je absoluut een interface uit deze categorie nodig. Alleen deze speciale adapters maken toegang mogelijk tot alle ingebouwde regelapparaten (bijv. airbag, remmen, airconditioning, comfortsysteem, infotainment). Dit is de basisvoorwaarde voor alle diagnosefuncties – van het eenvoudig uitlezen van foutcodes tot professionele aanpassingen. Onze hardware-aanbeveling:
    • AutoDia K509
    • K+CAN Commander 1.4
    • CP compact
  2. Generieke OBD-2 diagnose: Standaard interfaces zoals de wijdverbreide ELM327 zijn uitsluitend geschikt voor de emissiegerelateerde OBD-2 diagnose van het motorregelapparaat. Toegang tot andere VAG-specifieke regelapparaten (bijv. ABS, boordnet, infotainment) is met deze adapters technisch niet mogelijk.

De volgende tabel toont in detail welke adapter welke protocollen en daarmee welke soorten diagnoses mogelijk maakt. Let erop dat voor moderne voertuigen (vanaf ca. 2005) CAN-bus-ondersteuning absoluut vereist is.

Aanduiding K-lijn CAN-bus OBD-2
AutoDia K509 ✔️ ✔️ ✔️
K+CAN Commander 1.4 ✔️ ✔️ ✔️
CP compact ✔️ ✔️ ✔️
Menke Diag 1000 ✔️ ✔️ ✔️
AGV 4000 expert ✔️ ✔️ ✔️
KKL-interface (bijv. AutoDia K409) ✔️ ✔️
ELM 327 (bijv. AutoDia E327) ✔️
DIAMEX DX35 ✔️
ElmScan 5 ✔️
mOByDic ✔️
OBDLink ✔️
Lawicel ✔️
TinyCAN ✔️
DIAMEX DXM1 ✔️ ✔️ ✔️

Installatie & Activering

Installatie

Ga als volgt te werk om CarPort te installeren:

  1. Download: Download de nieuwste Installer van onze officiële website.
  2. Uitvoeren: Start het gedownloade bestand (bijv. CarPort_X.X.X_Setup.exe). Mogelijk moet je de uitvoering toestaan door Gebruikersaccountbeheer (UAC) van Windows te bevestigen.
  3. Setup-wizard: Volg de instructies op het scherm. Tijdens de installatie kun je de volgende instellingen aanpassen:
    • Taalkeuze: De installatietaal wordt automatisch gedetecteerd op basis van je systeem, maar kan handmatig worden aangepast. Deze keuze bepaalt ook de latere taal van de gebruikersinterface.
    • Doelmap: Het standaardpad is C:\Program Files\CarPort. Je kunt een alternatieve map kiezen.
    • Snelkoppelingen: Kies of er startmenu-items en bureaubladpictogrammen moeten worden gemaakt.
  4. Stuurprogramma-installatie: De installer configureert automatisch de benodigde stuurprogramma's voor alle ondersteunde diagnose-interfaces. Handmatig ingrijpen is hier doorgaans niet nodig.

💡 Tip: Om verschillende CarPort-versies naast elkaar te gebruiken, kun je deze eenvoudig in verschillende mappen installeren.

Bijzonderheid bij Windows on Arm: Op apparaten met een ARM-architectuur (bijv. Surface Pro X) moeten de apparaatstuurprogramma's voor de diagnose-interface handmatig worden geïnstalleerd, omdat deze niet in de standaard-installer zijn inbegrepen. De juiste ARM64-stuurprogramma's vind je op de website van de fabrikant FTDI: FTDI VCP Drivers.

Activering

Om de volledige functionaliteit van je aangeschafte licentie te kunnen gebruiken, moet de software worden geactiveerd. De activeringswizard start automatisch bij het voor de eerste keer openen van het programma. Je kunt deze ook achteraf op elk gewenst moment oproepen via het menu ProgrammaCarPort activeren....

Verloop van de online activering:

  1. Kies in de wizard de optie CarPort met activeringscode online activeren (standaard). (Opmerking: De optie CarPort activeren met licentiebestand is een terugvaloptie voor supportgevallen en is bij normaal gebruik niet nodig.)
  2. Voer je activeringscode in het invoerveld in.
  3. Klik op Activeren.
    • Belangrijk: Bij licenties die aan specifieke hardware zijn gebonden, moet de desbetreffende interface tijdens de activering op de computer zijn aangesloten.
  4. Na een succesvolle controle wordt de licentie versleuteld op je systeem opgeslagen. CarPort is nu klaar voor gebruik.

Problemen met de activering oplossen:

Mocht de activering mislukken, dan geeft de foutmelding meestal direct uitsluitsel over de oorzaak:

Er is een netwerkfout opgetreden!
Verbindingsproblemen. Controleer je internetverbinding. Vaak blokkeren firewalls (vooral in bedrijfsnetwerken) of antivirusprogramma's de toegang tot onze activeringsserver. Probeer de software tijdelijk toe te staan.

De activeringscode is ongeldig!
Invoerfout. Controleer de code op typefouten. Veelvoorkomende verwisselingen: "8" ↔︎ "B", "I" (Ida) ↔︎ "1", "O" (Otto) ↔︎ "0". Het is het beste om de code direct uit de e-mail te kopiëren.

Licentie verlopen voor deze softwareversie!
Geldigheid van de licentie. Je licentie bevat een periode voor gratis updates (meestal 1 jaar vanaf de aankoop). De geïnstalleerde CarPort-versie is nieuwer dan deze periode. Installeer een oudere, compatibele versie of schaf een verlenging (update) aan.

Maximaal aantal mogelijke activeringen overschreden!
Activeringslimiet. De licentie is al op het maximale aantal computers geactiveerd. Neem contact op met de support om oude activeringen te laten resetten (bijv. na het wisselen van een pc).

De aangevraagde licentie is ongeldig!
Systeemtijd. Controleer of de datum en tijd van je computer correct zijn ingesteld. Een onjuiste systeemtijd zorgt ervoor dat beveiligingscertificaten ongeldig lijken.

Deze versie van CarPort is verlopen en kan niet langer worden geactiveerd.
Bèta-/testversie verlopen. Je probeert een verlopen bètaversie te activeren. Download de nieuwste officiële release.

Eerste stappen

Dit hoofdstuk leidt je door de eerste minuten met de software: van het starten van het programma en de aansluiting op het voertuig tot de eerste verbinding met een regeleenheid.

Programmastart & hardware zoeken

Start CarPort via de snelkoppeling op het bureaublad of het startmenu. Je komt direct op het startscherm terecht.

Hardware zoeken

De software begint automatisch alle beschikbare interfaces (USB, COM-poorten) te doorzoeken naar een aangesloten diagnose-interface. Dit proces duurt doorgaans slechts enkele seconden.

Belangrijke aanwijzingen voor de aansluiting:

  • Volgorde: Sluit de interface idealiter eerst aan op het voertuig (OBD-poort) en daarna op de USB-poort van je laptop.
  • KKL-interfaces: Zuivere KKL-adapters (bijv. AutoDia K409) hebben absoluut de stroomvoorziening van het voertuig nodig om herkend te worden. Zonder aansluiting op de auto zal de zoekopdracht deze interface niet vinden.
  • Contact: Schakel het contact van het voertuig in, zodat de regeleenheden actief en bereikbaar zijn.

Offline-modus (emulator)

Je hebt de mogelijkheid om CarPort ook zonder aangesloten diagnose-interface en zonder voertuig te verkennen. Klik op Offline Modus (Emulator) om een simulatie te starten. CarPort gedraagt zich dan alsof het met een (virtuele) VW Golf 4 is verbonden. Dit is uitermate geschikt om de menu's en functies zonder risico te leren kennen. Opmerking: De emulator simuleert een ouder KWP1281-voertuig. Nieuwere UDS-functies kunnen hier niet worden getest.

Startpagina

Startpagina

Zodra een interface is gevonden, toont CarPort de eigenschappen en mogelijkheden hiervan in een overzicht. Vanaf hier heb je drie mogelijkheden om verder te gaan:

  1. Regeleenheidselectie: De directe manier om toegang te krijgen tot een specifiek systeem (bijv. motor).
  2. AutoScan: Een automatische, volledige controle van alle voertuigsystemen (zie AutoScan).
  3. OBD2-diagnose: De generieke OBD2-diagnose starten.

💡 Opmerking: Bij zuivere OBD2-interfaces (bijv. ELM327) zijn de regeleenheidselectie en de AutoScan niet beschikbaar, omdat deze adapters technisch gezien alleen toegang bieden tot de OBD2-diagnose.

Regeleenheidselectie

Regeleenheidselectie

Het tabblad ECU-selectie is je centrale punt om de verbinding met de afzonderlijke voertuigsystemen tot stand te brengen.

Automatische installatielijst (tabblad Geïnstalleerd)

Bij moderne voertuigen (met CAN-gateway) vraagt CarPort automatisch aan de centrale gateway welke regeleenheden in de auto zijn geïnstalleerd.

  • Voordeel: Je ziet alleen de regeleenheden die je voertuig daadwerkelijk heeft.
  • Bediening: Een dubbelklik op een item (bijv. 01 - Motorelektronica) brengt de verbinding tot stand.
  • Vernieuwen: Via de knop Inbouwlijst uitlezen kun je de opvraag opnieuw starten.

Handmatige selectie (tabblad Handmatige selectie)

Bij oudere voertuigen (K-lijn zonder gateway) of wanneer de automatische herkenning mislukt, gebruik je dit tabblad.

  1. Selecteer bovenaan je voertuigmodel (of een generieke scanlijst).
  2. CarPort toont nu alle mogelijke regeleenheden voor dit model.
  3. Maak verbinding door te dubbelklikken.
    (Opmerking: Omdat hier geen controle plaatsvindt, kan het zijn dat je probeert regeleenheden te openen die in jouw uitrustingsvariant helemaal niet bestaan. CarPort meldt dan een verbindingsfout.)

Verbindingsopbouw

Zodra je een regeleenheid via een dubbelklik hebt geselecteerd, probeert CarPort de communicatie op te bouwen. Na een succesvolle verbinding opent zich een nieuw tabblad voor de desbetreffende regeleenheid en heb je toegang tot alle diagnosefuncties.

In de werkbalk kun je bovendien via Busselectie: selecteren hoe de verbinding tot stand moet worden gebracht. Je kunt kiezen uit Auto (automatische herkenning), K-Line en CAN. Bij handmatige selectie van de K-lijn kan bovendien de baudrate worden ingesteld. In de regel is de instelling Auto de juiste keuze – een handmatige selectie is alleen in uitzonderlijke gevallen nodig, bijvoorbeeld bij communicatieproblemen of speciale regeleenheden.

💡 Tip: Je kunt het adres van een regeleenheid (bijv. 17 voor instrumentenpaneel/snelheidsmeter) ook direct in het invoerveld in de bovenste werkbalk typen en op Enter drukken om verbinding te maken.

Diagnosefuncties (basis)

Dit hoofdstuk behandelt de basisfuncties die essentieel zijn voor de dagelijkse diagnosewerkzaamheden. Deze functies zijn "lezend", wat betekent dat ze geen configuratie in het voertuig wijzigen en daarom zonder risico kunnen worden uitgevoerd.

Automatische scan

AutoScan

De AutoScan is het ideale startpunt voor elke diagnosesessie. Hij controleert automatisch alle in het voertuig ingebouwde regeleenheden op fouten en levert een uitgebreid statusrapport.

Werking: Het verloop van de scan verschilt technisch afhankelijk van de voertuiggeneratie:

  1. Voertuigen met diagnose-gateway (CAN-bus): CarPort vraagt eerst de inbouwlijst op bij de gateway. Deze lijst bevat (in de regel) exact de regeleenheden die in het voertuig zijn geconfigureerd. Vervolgens worden gericht alleen deze regeleenheden uitgelezen. Dit maakt een zeer snel scanproces mogelijk (vaak in minder dan 2 minuten).

  2. Voertuigen zonder gateway (K-lijn): Hier bestaat geen centrale lijst van de ingebouwde componenten. CarPort moet daarom proberen elke theoretisch mogelijke regeleenheid na elkaar aan te spreken. Omdat het programma bij niet-aanwezige regeleenheden telkens op een time-out moet wachten, kan dit proces erg lang duren (10 minuten en langer).

💡 Tip: Gebruik voor voertuigen zonder gateway scanlijsten om het proces enorm te versnellen.

Starten van de AutoScan: Klik op de startpagina of in de werkbalk op Automatische scan. Als er geen automatische herkenning mogelijk is (oudere voertuigen), word je gevraagd om het voertuig (bijv. Golf 4 (1J)) te selecteren.

Diagnosebericht

Diagnosebericht

Na voltooiing van de AutoScan kun je het resultaat als een professioneel diagnosebericht laten weergeven. Het rapport bevat de volgende informatie:

  • Kopgegevens: CarPort-versie, datum en tijd, gebruikte interface en systeem-ID.
  • Regeleenheden: Alle herkende regeleenheden worden oplopend op adres weergegeven – telkens met hun informatie (onderdeelnummer, beschrijving, enz.) en de bijbehorende foutcodes in gewone tekst.

Rapport aanpassen:

  • Via Instellingen bepaal je welke gegevens het rapport moet bevatten (regeleenheid-informatie en/of foutcodes). Bovendien kun je de lettergrootte aanpassen aan je behoeften.
  • Via Bewerken schakel je over naar de bewerkingsmodus om het rapport individueel aan te vullen – bijv. met eigen opmerkingen, klantgegevens of reparatie-instructies.

Exporteren en afdrukken:

  • Klik op Afdrukken om het rapport direct af te drukken.
  • Klik op Opslaan om het rapport als PDF-bestand op te slaan.

💡 Tip: Het diagnosebericht is ideaal als eigen documentatie, als bewijs voor werkplaatsen en verzekeringen, of om in forums gericht gekwalificeerde hulp te krijgen.

Scanlijsten

Scanlijsten

Voor oudere voertuigen (K-lijn) kun je definiëren welke regeleenheden in de AutoScan moeten worden uitgelezen, om zo tijd te besparen.

Scanlijst maken:

  1. Voer eenmalig een volledige AutoScan uit via de modelselectie.
  2. Zodra de scan is voltooid, klik je op Scanlijst aanmaken.
  3. Geef de lijst een naam. Optioneel kun je het herkende chassisnummer (VIN) aan de lijst koppelen. Effect: Bij de volgende aansluiting van dit voertuig herkent CarPort het VIN en selecteert automatisch de geoptimaliseerde scanlijst.

Je kunt scanlijsten ook handmatig beheren via het menu OptiesScanlijstbeheer.

Info

Zodra je een regeleenheid hebt geopend, toont het tabblad Info de belangrijkste informatie over deze regeleenheid.

Info

De weergegeven gegevens variëren afhankelijk van het protocol en de regeleenheid, maar bevatten altijd:

  • Onderdeelnummer: De unieke identificatie van de regeleenheid (bijv. 05E 906 018 AS).
  • Beschrijving: Benaming van de regeleenheid (bijv. R4 1.5l TFS).
  • ASAM-dataset (alleen UDS): Belangrijk voor de identificatie van de juiste regeleenheid-beschrijvingsgegevens (ODX-gegevens).
  • Communicatiegegevens: Informatie over de gebruikte bus en het protocol.

Je kunt willekeurige regels selecteren en met Ctrl+C of via het contextmenu naar het klembord kopiëren.

Foutcodes

Het foutgeheugen is het belangrijkste hulpmiddel voor foutdiagnose. Hier slaat de regeleenheid vastgestelde onregelmatigheden op, die je kunnen helpen bij het zoeken naar fouten.

Foutcodes

De foutcode (DTC - Diagnostic Trouble Code) wordt in een gestandaardiseerd formaat opgeslagen, bijv. P0100 of 16485. CarPort leest deze codes uit en toont ze in gewone tekst, zodat je direct begrijpt welk onderdeel is getroffen en welk type fout er is opgetreden.

De weergave omvat:

  • Foutcode: De gestandaardiseerde code (bijv. P0100 of 16485).
  • Apparaat: Tekstuele beschrijving van het getroffen onderdeel (bijv. luchtmassameter).
  • Beschrijving: Tekstuele beschrijving van de fout (bijv. geen communicatie of bovenste grenswaarde overschreden), optioneel met foutstatus (intermitterend, statisch)

ℹ️ Achtergrondkennis:

Veel foutcodes beginnen met een letter die de foutcategorie aangeeft:

  • P: Powertrain (aandrijving, motor, versnellingsbak)
  • B: Body (carrosserie, comfort, airbag)
  • C: Chassis (onderstel, remmen)
  • U: User-Network (communicatie tussen regeleenheden)

Omgevingsvoorwaarden (Freeze Frames):

Bij moderne protocollen (KWP2000, UDS) slaat de regeleenheid bovendien de bijkomende omstandigheden op het moment van de fout op. De gegevens komen in vorm en betekenis overeen met de live-meetwaarden (bijv. motortoerental, temperatuur, belasting) en leveren belangrijke aanwijzingen voor de oorzaak van de fout.

De Freeze-Frame-gegevens worden weergegeven wanneer je de boomweergave uitvouwt (klik op > voor de foutcode of dubbelklik op de foutcode).

Acties:

  • Wissen...: Wist het foutgeheugen na bevestiging. Alle foutcodes en bijbehorende gegevens worden verwijderd. De regeleenheid begint onmiddellijk met de herbeoordeling van de systeemstatus.
  • Uitlezen: Leest het foutgeheugen opnieuw uit om de huidige status bij te werken.

💡 Na het wissen wordt het foutgeheugen enkele seconden later automatisch opnieuw uitgelezen om de status bij te werken. Mocht de foutstatus blijven bestaan, dan verschijnt de foutcode direct weer. Je moet eerst het onderliggende probleem verhelpen, zodat de fout permanent verdwijnt.

Meetwaardeblokken

Meetwaarden

De meetwaardeweergave maakt het mogelijk om live-gegevens van een regeleenheid in realtime te bekijken. Hiermee kun je sensor- en actorgegevens tijdens het gebruik bewaken en verbanden tussen verschillende parameters herkennen – een onmisbaar hulpmiddel voor dynamische foutanalyse.

Meetwaarden omvatten afhankelijk van de regeleenheid:

  • Fysische grootheden: Temperatuur, druk, spanning, toerental, snelheid
  • Statusinformatie: Schakeltoestanden, foutvlaggen, bedrijfsmodi
  • Tekstwaarden: Chassisnummer, softwareversie
  • Ruwe waarden: Bit- of bytevelden zonder fysische omrekening

De weergave en organisatie van de meetwaarden verschilt aanzienlijk afhankelijk van het diagnoseprotocol.

KWP1281 / KWP2000

Bij oudere voertuigen zijn de gegevens georganiseerd in genummerde meetwaardeblokken. Elk blok bevat 4 afzonderlijke waarden die (meestal) thematisch bij elkaar horen (bijv. blok 1: motortoerental, koelvloeistoftemperatuur, lambdasonde, motorbelasting).

  • KWP1281: Blokken 0 tot 255 – speciaal geval blok 0: bevat 10 waarden in plaats van 4.
  • KWP2000: Blokken 1 tot 254.
  • Als er voor de regeleenheid geen beschrijvingsgegevens beschikbaar zijn, scant CarPort automatisch alle blokken en toont de beschikbare waarden. De benaming gebeurt dan generiek op basis van de fysische grootheid (bijv. "Temperatuur", "Toerental", "Spanning").

UDS

Bij moderne regeleenheden met het UDS-protocol is de starre groepering van 4 waarden losgelaten. Achter elke identifier kunnen zich een willekeurig aantal meetwaarden verbergen. CarPort gebruikt de ODX-beschrijvingsgegevens (ASAM-dataset) van de betreffende regeleenheid om de beschikbare waarden met tekstuele namen, eenheden en omrekeningsformules weer te geven.

Selectie van de meetwaarden

Er kunnen een willekeurig aantal blokken tegelijkertijd worden weergegeven. De waarden worden cyclisch bijgewerkt – hoe meer blokken actief zijn, hoe lager de verversingssnelheid per waarde. De meetwaarden kunnen op verschillende manieren worden geselecteerd:

  • Selectievakje: Activeer afzonderlijke meetwaarden of blokken door het vinkje te plaatsen.
  • Directe nummerinvoer: Voer bloknummers in als een door komma's gescheiden lijst of als een bereik met een koppelteken, bijv. 1,2,4-7,10-14.
  • Tekstfilter: Typ een zoekterm in het filterveld om de weergegeven lijst te verfijnen (bijv. "Laaddruk" toont alleen meetwaarden waarvan de naam deze term bevat).

Grafische weergave

Grafische weergave

Als je het verloop van waarden in de loop van de tijd wilt visualiseren (bijv. laaddruk gewenst vs. werkelijk, temperaturen tijdens een testrit), kun je de geïntegreerde plotfunctie gebruiken.

Meetwaarden aan de plot toevoegen:

  • Dubbelklikken op een weergegeven meetwaarde voegt deze automatisch toe aan de huidige plot. Als er nog geen plot is geopend, wordt er een nieuw plotvenster gemaakt.
  • Via het contextmenu (rechtermuisklik op een meetwaarde) kun je de waarde gericht aan een specifiek plotvenster toevoegen.
  • Er kunnen meerdere plotvensters tegelijkertijd geopend zijn om verschillende waardegroepen afzonderlijk weer te geven.

Weergavemodi:

Via de werkbalk in het plotvenster kun je schakelen tussen verschillende weergavemodi:

  • Grafiek: Lijnendiagram met tijdas (standaard) – ideaal voor verloopanalyses.
  • Lijst: Tabelweergave van de huidige waarden.
  • Instrumenten: Ronde instrumentenweergave (snelheidsmeter-look) – zeer geschikt voor afzonderlijke waarden zoals toerental of snelheid.
  • Thermometer: Balkweergave – overzichtelijk voor temperatuur- of procentwaarden.

Bediening van de grafiek:

  • Gebruik het muiswiel om in te zoomen op de tijdas.
  • Klik en sleep om het zichtbare gebied te verplaatsen.

Gegevensregistratie (logging)

Voor testritten of langere bewakingen kun je meetwaarden in een CSV-bestand opnemen en vervolgens in externe programma's analyseren.

Stapsgewijze handleiding:

  1. Selecteer de gewenste meetwaarden.
  2. Selecteer in het gedeelte Gegevensrecorder de opslaglocatie en bestandsnaam. Standaard wordt de in de instellingen gedefinieerde map gebruikt; de bestandsnaam bevat automatisch een tijdstempel.
  3. Klik op Start om de registratie te starten.
  4. De registratie loopt totdat je op Stop drukt.
  5. Tijdens de registratie kun je markeringen plaatsen om speciale momenten aan te geven (bijv. "Volgas", "Stationair", "Foutsymptoom"). Voer de gewenste tekst in het invoerveld in en klik op Markering.

Het gegenereerde CSV-bestand kan in Excel of gespecialiseerde programma's zoals MegaLogViewer worden geanalyseerd.

ℹ️ Opmerking over het CSV-scheidingsteken: CarPort past het scheidingsteken automatisch aan de regio-instelling van je besturingssysteem aan (puntkomma ; bij Duitse instelling, komma , bij Engelse), zodat het bestand direct in Excel kan worden geopend. Het scheidingsteken kan indien nodig handmatig in de instellingen worden vastgelegd.

OBD2-diagnose

OBD2-diagnose

OBD2 (On-Board-Diagnose, generatie 2) is een wettelijk voorgeschreven, merkonafhankelijke diagnose-interface die aanwezig is in alle voertuigen met een benzinemotor vanaf bouwjaar 2001 en met een dieselmotor vanaf bouwjaar 2004 (EU-gebied). In tegenstelling tot de VAG-specifieke diagnose, die propriëtaire protocollen gebruikt, is OBD2 gebaseerd op internationaal gestandaardiseerde normen (ISO 15031, SAE J1979).

Het doel van OBD2 is primair de bewaking van emissiegerelateerde systemen. De interface geeft toegang tot de motorregeleenheid en – indien aanwezig – de transmissie-elektronica. De beschikbare hoeveelheid gegevens is daarbij beperkt tot:

  • Emissiegerelateerde foutcodes (DTC's in het P0xxx-formaat)
  • Emissiegerelateerde meetwaarden (bijv. motortoerental, koelvloeistoftemperatuur, lambdasondewaarden)
  • Readiness-status van de emissiebewakingssystemen
  • Freeze-Frame-gegevens op het moment van een herkende fout

ℹ️ Belangrijk: OBD2 biedt geen toegang tot merkspecifieke regeleenheden zoals ABS, airbag, comfortelektronica of infotainment. Gebruik voor volledige toegang tot alle voertuigsystemen de VAG-specifieke diagnose met een compatibele interface.

OBD2-diagnose starten

Er zijn meerdere manieren om de OBD2-diagnose in CarPort te starten:

  1. Via de startpagina: Klik na de interfaceherkenning op de knop Start OBD-2 diagnose nu (zie Startpagina).
  2. Via de werkbalk: Gebruik de knop OBD-2 Login in de bovenste werkbalk.
  3. Via het regeleenheidadres: Voer het adres 33 in het adresveld van de werkbalk in en bevestig met Enter.

💡 Opmerking: Bij pure OBD2-interfaces (bijv. ELM327, OBDLink) is de OBD2-diagnose de enige beschikbare functie. De regeleenheidselectie en de AutoScan zijn met deze adapters niet beschikbaar.

Foutcodes uitlezen en wissen

De OBD2-diagnose maakt het uitlezen en wissen van emissiegerelateerde foutcodes mogelijk. De werking komt overeen met de procedure die is beschreven onder Foutcodes, maar is beperkt tot de gestandaardiseerde OBD2-omvang:

  • Er worden uitsluitend gestandaardiseerde foutcodes in het formaat P0xxx / P2xxx / P3xxx weergegeven.
  • Merkspecifieke codes (bijv. in het VAG-eigen formaat 16xxx) zijn via OBD2 niet toegankelijk.
  • Freeze-Frame-gegevens kunnen – indien door het voertuig verstrekt – worden ingezien.

Readiness-status

De Readiness-status geeft aan of de interne bewakingssystemen (monitoren) van het voertuig hun zelftests sinds het laatste wissen van het foutgeheugen met succes hebben voltooid. Dit is vooral relevant voor de emissietest, aangezien veel keuringsinstanties een volledige Readiness-status als voorwaarde stellen.

CarPort toont de status van elke monitor overzichtelijk:

  • Voltooid (gereed): De monitor heeft zijn testcyclus doorlopen en geen fouten vastgesteld.
  • Niet voltooid (niet gereed): De monitor heeft zijn testcyclus sinds het laatste wissen van het foutgeheugen nog niet voltooid. De noodzakelijke rijomstandigheden zijn nog niet bereikt.
  • Niet ondersteund: Het voertuig beschikt niet over dit bewakingssysteem (bijv. geen secundair luchtsysteem ingebouwd).

Typische monitoren zijn onder andere:

Monitor Beschrijving
Katalysator Controle van de conversie-efficiëntie
Verwarmde katalysatoren Controle van de opwarmfunctie
Brandstofsysteem Bewaking van de mengselregeling
Lambdasondes Functiecontrole van de uitlaatsensoren
Lambdasondeverwarming Controle van de verwarmingscircuits
Verbrandingsoverslagen Detectie van ontstekingsfouten
Secundair luchtsysteem Controle van de secundaire luchtpomp
Tankontluchtingssysteem (EVAP) Lektest van het brandstofdampsysteem
EGR-systeem Functiecontrole van de uitlaatgasrecirculatie

💡 Tip: Na het wissen van het foutgeheugen worden alle monitoren gereset naar "niet voltooid". Om de Readiness-status te herstellen, moeten de voertuigspecifieke rijcycli worden doorlopen. Dit kan afhankelijk van de monitor enkele ritten onder bepaalde omstandigheden (stadsrit, snelwegrit, koude start) vereisen.

Live-gegevens (PID's)

OBD2 levert realtime-meetwaarden via zogenaamde PID's (Parameter ID's). Deze gestandaardiseerde identificaties definiëren welke sensorgegevens de motorregeleenheid op verzoek retourneert. CarPort vraagt de beschikbare PID's automatisch op en toont de ondersteunde waarden met tekstuele benaming en fysische eenheid.

Vaak beschikbare PID's zijn bijvoorbeeld:

  • Motortoerental (RPM)
  • Voertuigsnelheid (km/h)
  • Koelvloeistoftemperatuur (°C)
  • Inlaatluchttemperatuur (°C)
  • Motorbelasting (%)
  • Lambdasondewaarden (spanning / verhouding)
  • Brandstofdruk (kPa)
  • Ontstekingstijdstip (° voor BDP)
  • Korte- en langetermijn-brandstoftrim (%)

De weergave en bediening van de live-gegevens komt overeen met de procedure die is beschreven onder Meetwaardeblokken. Je kunt waarden selecteren, in de grafiek visualiseren en via logging opnemen.

ℹ️ Opmerking: Welke PID's een voertuig daadwerkelijk ondersteunt, varieert afhankelijk van de fabrikant, het model en het bouwjaar. Niet elk voertuig levert alle gestandaardiseerde PID's.

Verschillen met de VAG-specifieke diagnose

De OBD2-diagnose en de VAG-specifieke diagnose vullen elkaar aan, maar verschillen fundamenteel in omvang en mogelijkheden:

Eigenschap OBD2-diagnose VAG-specifieke diagnose
Toegang tot regeleenheden alleen motor en evt. versnellingsbak alle ingebouwde regeleenheden
Foutcodes alleen emissiegerelateerde foutcodes volledig foutgeheugen van alle systemen
Meetwaarden gestandaardiseerde PID's alle merkspecifieke meetwaarden
Codering niet beschikbaar beschikbaar
Aanpassing niet beschikbaar beschikbaar
Actuatortest niet beschikbaar beschikbaar
Basisinstelling niet beschikbaar beschikbaar
Regeleenheidselectie niet beschikbaar (vast adres) alle adressen selecteerbaar
AutoScan niet beschikbaar beschikbaar
Benodigde interface elke OBD2-interface (bijv. ELM327) VAG-compatibele interface (bijv. AutoDia K509, K+CAN Commander 1.4)

Wanneer OBD2 gebruiken?

  • Je bezit uitsluitend een OBD2-interface (bijv. ELM327, OBDLink).
  • Je wilt snel het motorstoringslampje (MIL) controleren of de Readiness-status voor de emissietest nakijken.
  • Je diagnosticeert emissiegerelateerde problemen aan de motor.

Wanneer de VAG-specifieke diagnose gebruiken?

  • Je hebt toegang nodig tot andere regeleenheden (bijv. ABS, airbag, airconditioning, stuurinrichting).
  • Je wilt coderingen, aanpassingen of basisinstellingen uitvoeren.
  • Je hebt het volledige foutgeheugen van alle voertuigsystemen nodig (AutoScan).

Diagnosefuncties (geavanceerd)

Dit hoofdstuk behandelt de geavanceerde diagnosefuncties die actief ingrijpen in de configuratie of kalibratie van regelapparaten (ECU's). Deze functies zijn "schrijvend" en veranderen parameters in het voertuig – gebruik ze daarom alleen als je weet wat je doet, en noteer vooraf altijd de originele waarden.

Aanpassing

Aanpassing

De aanpassing maakt het mogelijk om configureerbare parameters van een regelapparaat te wijzigen. In tegenstelling tot de codering, die functies in- of uitschakelt, dient de aanpassing om waarden binnen een bestaande functie te kalibreren of af te stellen.

Typische toepassingen voor aanpassingen zijn:

  • Kalibratie na vervanging van onderdelen: bijv. injectiehoeveelheden opslaan na het vervangen van een verstuiver.
  • Afstelling van streefwaarden: bijv. stationair toerental, lichtgevoeligheid van de regen-/lichtsensor, gevoeligheid van de parkeerhulp.
  • Activering van functies met parameters: bijv. dimwaarde van de dagrijverlichting, Coming-Home-tijd.
  • Resetten van servicetellers: bijv. service-intervalweergave resetten na een olieverversing.

⚠️ Let op: Aanpassingen veranderen het gedrag van het regelapparaat. Foutieve waarden kunnen leiden tot storingen of veiligheidsrelevant foutgedrag. Noteer voor elke wijziging de huidige originele waarde, zodat je deze indien nodig kunt herstellen.

De procedure en de weergave van de aanpassingsfunctie verschillen aanzienlijk, afhankelijk van het gebruikte diagnoseprotocol.

Aanpassing bij KWP1281 / KWP2000

Bij de oudere protocollen KWP1281 en KWP2000 zijn de aanpassingsparameters georganiseerd in genummerde kanalen:

  • KWP1281: Kanalen 0 tot 100
  • KWP2000: Kanalen 0 tot 255

Elk kanaal bevat een enkele waarde. Dit is in de regel een 16-bit waarde (bereik 0–65535) of een 8-bit waarde (bereik 0–255). Als speciale vorm bestaat de Lange aanpassing, waarbij ASCII-tekstwaarden worden opgeslagen (bijv. injectiehoeveelheden als tekenreeks).

Weergave van de kanalen:

Als er voor het regelapparaat beschrijvingsgegevens in CarPort beschikbaar zijn, worden de kanalen met duidelijke tekstnamen weergegeven (bijv. "Stationair toerental", "Gasklepadaptatie"). Daarnaast worden de ruwe gegevens omgerekend naar fysische waarden met eenheden (bijv. 0–100 % of -50 tot +50 °C) of als keuzelijst weergegeven (bijv. "0 = Uit, 1 = Aan").

Als er geen beschrijvingsgegevens beschikbaar zijn, gebeurt de weergave generiek via het kanaalnummer (bijv. "Aanpassing 42") met de ongeformatteerde ruwe waarde. Het gebruik van de beschrijvingsgegevens kan via het selectievakje Beschrijvingsgegevens gebruiken indien beschikbaar in- en uitgeschakeld worden, om ook directe toegang tot de ruwe waarden mogelijk te maken.

Stap-voor-stap handleiding:

  1. Selecteer het gewenste aanpassingskanaal uit de lijst of voer het kanaalnummer handmatig in.
  2. De momenteel in het regelapparaat opgeslagen waarde wordt weergegeven. Noteer deze waarde voordat je wijzigingen aanbrengt.
  3. Voer de nieuwe waarde in het invoerveld in.
  4. Klik op Test om de waarde te testen.
    • De waarde wordt in het vluchtige geheugen van het regelapparaat overgenomen. Het regelapparaat gebruikt de nieuwe waarde onmiddellijk, maar deze gaat bij de volgende herstart verloren.
    • Als de waarde ongeldig is of buiten het toegestane bereik valt, toont het regelapparaat een foutmelding.
  5. Controleer of het gewenste gedrag optreedt.
  6. Klik op Opslaan... om de waarde permanent in het regelapparaat op te slaan.

💡 Tip: Het tweestapsproces (Testen → Opslaan) dient als veiligheidsmechanisme. Zolang je alleen Test gebruikt, kun je door het contact opnieuw aan te zetten op elk moment terugkeren naar de originele waarde. Pas Opslaan... maakt de wijziging permanent.

Aanpassing bij UDS

Bij moderne regelapparaten met het UDS-protocol verschilt de aanpassing fundamenteel:

  • Identifiers in plaats van kanaalnummers: Aanpassingsparameters worden via 16-bit identifiers geadresseerd. De toewijzing aan een duidelijke tekstnaam gebeurt uitsluitend via ODX-beschrijvingsgegevens (ASAM-dataset).
  • Complexe datastructuren: Aanpassingswaarden bij UDS kunnen eenvoudige numerieke waarden zijn, maar ook bitvelden, tekenreeksen of meerdelige structuren omvatten.
  • Direct opslaan: In tegenstelling tot KWP1281/KWP2000 is er bij UDS geen afzonderlijke teststap. Wijzigingen worden bij het overdragen onmiddellijk permanent in het regelapparaat opgeslagen.
  • Beschrijvingsgegevens vereist: Zonder de juiste ODX-gegevens zijn de identifiers en hun waarden niet te interpreteren. CarPort heeft daarom absoluut de correcte beschrijvingsgegevens voor het desbetreffende regelapparaat nodig.

⚠️ Let op: Omdat bij UDS-regelapparaten wijzigingen onmiddellijk permanent worden opgeslagen, is er geen mogelijkheid om de nieuwe waarde eerst vluchtig te testen. Zorg ervoor dat de ingevoerde waarde correct is voordat je deze overdraagt.

Codering

Codering

De codering van regelapparaten dient om functies te activeren, te deactiveren of tussen verschillende varianten te schakelen. Elk voertuigmodel wordt aangeboden met een verscheidenheid aan uitrustingsopties, die variëren afhankelijk van de markt, het model en de standaarduitrusting. De hardware is daarbij vaak identiek ingebouwd – pas de codering van het bijbehorende regelapparaat bepaalt welke functies daadwerkelijk actief zijn.

Een typisch voorbeeld: Een voertuig is af fabriek uitgerust met halogeenkoplampen, maar de hardware ondersteunt ook xenon of LED. Via de codering van het regelapparaat wordt vastgelegd welk type koplamp is ingebouwd en hoe de lichtregeling werkt. Andere veelvoorkomende coderingswijzigingen betreffen bijv.:

  • Activering of deactivering van de dagrijverlichting
  • Gedrag van de centrale vergrendeling (bijv. automatisch vergrendelen tijdens het rijden)
  • Spiegelkanteling bij het achteruitrijden
  • Configuratie van het aantal keren knipperen bij comfortknipperen
  • Aanpassing van de sluithulp bij elektrische ramen

⚠️ Let op: Een foutieve codering kan ertoe leiden dat functies van het voertuig niet meer correct werken of dat er foutmeldingen in het regelapparaat worden geactiveerd. Noteer voor elke wijziging de huidige coderingswaarde, zodat je deze indien nodig kunt herstellen.

Binnen de VAG-groep wordt onderscheid gemaakt tussen twee coderingsmethoden. Welke methode wordt gebruikt, hangt uitsluitend af van de implementatie van het regelapparaat.

Korte codering

De korte codering gebruikt een eenvoudige numerieke code (3-, 5- of 7-cijferig decimaal getal) om de configuratie van een regelapparaat te definiëren. Elk cijfer of elke cijfergroep binnen deze code vertegenwoordigt een bepaalde set functies.

  • Protocollen: Uitsluitend bij KWP1281 en KWP2000.
  • Varianten en waardebereiken: Afhankelijk van het regelapparaat wordt een van de vier varianten gebruikt. CarPort herkent het type automatisch en beperkt het toegestane invoerbereik dienovereenkomstig:
Variant Waardebereik Cijfers
7-bit 0–127 3-cijferig
15-bit 0–32767 5-cijferig
20-bit 0–1048575 7-cijferig
23-bit 0–8388607 7-cijferig
  • Weergave: Als er beschrijvingsgegevens beschikbaar zijn, toont CarPort de betekenis van elk cijfer of elke cijfergroep in duidelijke tekst (bijv. "Cijfer 1: Koplamptype – 0 = Halogeen, 1 = Xenon"). Zonder beschrijvingsgegevens wordt de numerieke code zonder verdere uitleg weergegeven.

Stap-voor-stap handleiding (korte codering):

  1. CarPort toont de momenteel in het regelapparaat opgeslagen coderingswaarde. Noteer deze waarde.
  2. Als er beschrijvingsgegevens beschikbaar zijn, kun je de afzonderlijke cijfers via de weergegeven selectievelden wijzigen.
  3. Als alternatief voer je de nieuwe coderingswaarde direct als getal in het invoerveld Nieuwe codering: in.
  4. Klik op Schrijven... om de codering naar het regelapparaat over te dragen.

Lange codering

De lange codering biedt een aanzienlijk fijnere controle over de configuratie van het regelapparaat. In plaats van een enkel getal wordt een hexadecimale byte-string gebruikt, waarbij elke afzonderlijke bit een specifieke functie of parameter vertegenwoordigt.

  • Protocollen: Bij KWP2000 en UDS.
  • Weergave: De codering wordt als een reeks bytes weergegeven (bijv. 0F 3A 00 12 8B). Elke byte bestaat uit 8 bits, die afzonderlijk kunnen worden ingesteld of gewist.

Weergave met en zonder beschrijvingsgegevens:

Als er beschrijvingsgegevens voor het regelapparaat beschikbaar zijn, toont CarPort voor elke bit een duidelijke tekstbeschrijving als selectievakje (bijv. "Dagrijverlichting actief", "Spiegelkanteling bij achteruitrijden"). Je kunt de gewenste functies configureren door simpelweg de vinkjes te plaatsen of te verwijderen.

Als er geen beschrijvingsgegevens beschikbaar zijn, toont CarPort een generieke weergave met byte- en bitnummer (bijv. "Byte 3, Bit 5"). In dit geval moet je de betekenis van de afzonderlijke bits uit een externe bron kennen (bijv. voertuigforums, werkplaatsdocumentatie). Je kunt de bits echter zeer gericht wijzigen als je over de juiste informatie beschikt.

Stap-voor-stap handleiding (lange codering):

  1. CarPort leest de huidige codering uit het regelapparaat en geeft deze weer. Noteer de weergegeven hexadecimale waarde als back-up. Als alternatief vind je de codering ook in het diagnoserapport.
  2. Activeer of deactiveer de gewenste functies via de selectievelden (bij beschikbare beschrijvingsgegevens) of wijzig de bit-waarden via de selectievakjes, of schrijf direct hele byte-waarden in het invoerveld Nieuwe codering:.
  3. Klik op Schrijven... om de nieuwe codering naar het regelapparaat over te dragen.

💡 Tip: In de byte-weergave kun je afzonderlijke bytes direct als hexadecimale waarde bewerken. De weergave met selectievakjes wordt daarbij automatisch bijgewerkt en vice versa – beide weergaven lopen altijd synchroon.

Codering en toegangsautorisatie

Sommige regelapparaten vereisen voor het schrijven van een nieuwe codering een toegangsautorisatie. In dit geval vraagt CarPort je voor de overdracht om de vereiste toegangscode in te voeren. Bij nieuwere voertuigen met SFD (Bescherming van voertuigdiagnose) kunnen coderingswijzigingen bovendien door cryptografische beschermingsmechanismen beperkt zijn.

Actuatortest

Actuatortest

De actuatortest maakt de gerichte aansturing van afzonderlijke actuatoren van een regelapparaat mogelijk, om hun elektromechanische werking geïsoleerd van het normale rijbedrijf te controleren. Actuatoren zijn alle componenten die door het regelapparaat actief worden aangestuurd om een fysieke actie uit te voeren – bijv. kleppen, relais, elektromotoren, lampen of magneetventielen.

Typische toepassingen:

  • Foutopsporing: Controleren of een actuator op aansturing reageert (bijv. klikt een relais, draait een motor?).
  • Functiecontrole na reparatie: Ervoor zorgen dat een nieuw ingebouwd onderdeel correct werkt.
  • Lektest: Gerichte activering van afzonderlijke kleppen voor een druktest.

⚠️ Let op: Tijdens een actuatortest worden actuatoren onafhankelijk van de normale regelkring aangestuurd. Zorg ervoor dat het voertuig veilig geparkeerd staat en dat er geen personen in gevaar worden gebracht. Sommige tests (bijv. naloop van de ventilator, brandstofpomp) kunnen leiden tot onverwachte bewegingen of geluiden.

CarPort maakt, afhankelijk van het diagnoseprotocol, onderscheid tussen twee bedrijfsmodi: de sequentiële en de selectieve actuatortest.

Sequentiële actuatortest (KWP1281 / KWP2000)

Bij de sequentiële actuatortest stuurt het regelapparaat alle beschikbare actuatoren in een vastgestelde volgorde na elkaar aan. Je kunt daarbij stap voor stap door de afzonderlijke actuatoren bladeren en hun reactie observeren.

Stap-voor-stap handleiding:

  1. Open het tabblad Actuatortest in het verbonden regelapparaat.
  2. De eerste actuator in de sequentie wordt automatisch geactiveerd. CarPort toont de naam van de momenteel aangestuurde actuator (indien beschrijvingsgegevens beschikbaar zijn).
  3. Observeer de reactie van het voertuig (bijv. klikken van een relais, beweging van een klep, oplichten van een lamp).
  4. Klik op Volgende om naar de volgende actuator in de sequentie te schakelen.
  5. Om een actuator opnieuw te activeren, klik je op Activeren.
  6. Indien beschikbaar worden begeleidende meetwaarden weergegeven, die uitsluitsel geven over de status van de actuator (bijv. stroomopname, terugmeldingssignaal).

💡 Opmerking: De volgorde en het aantal beschikbare actuatoren wordt volledig door het regelapparaat bepaald en kan niet worden beïnvloed.

Selectieve actuatortest (KWP2000 / UDS)

De selectieve actuatortest maakt de gerichte selectie en afzonderlijke aansturing van bepaalde actuatoren mogelijk, zonder de hele sequentie te hoeven doorlopen. Dit is bijzonder efficiënt wanneer slechts één specifiek onderdeel gecontroleerd moet worden.

Bij KWP2000:

  1. Klik op Scan starten... om de door het regelapparaat ondersteunde actuatoren te bepalen. CarPort scant de beschikbare tests en toont deze in een lijst.
  2. Selecteer de gewenste actuatortest uit de lijst.
  3. Start de test via Start.
  4. Observeer de reactie en de weergegeven meetwaarden (indien beschikbaar).
  5. Beëindig de test via Stop.

Bij UDS:

Bij moderne regelapparaten met UDS-protocol zijn er uitgebreidere mogelijkheden beschikbaar:

  1. CarPort bepaalt de beschikbare actuatortests automatisch aan de hand van de ODX-beschrijvingsgegevens en toont deze met duidelijke tekstnamen in een lijst.
  2. Selecteer de gewenste test.
  3. Afhankelijk van de actuator kunnen parameters voor de aansturing worden ingesteld (bijv. duur, intensiteit, richting) – de beschikbare omvang hangt af van het desbetreffende regelapparaat.
  4. Start de test via Start en beëindig deze via Stop.

Meetwaarden tijdens de test (UDS):

Tijdens een lopende actuatortest toont CarPort automatisch statusinformatie, mits het regelapparaat deze beschikbaar stelt:

Meetwaarde Beschrijving
Status van de actuatortest Huidige toestand (loopt, voltooid, afgebroken)
Bedieningsinstructie Aanwijzingen van het regelapparaat aan de gebruiker
Momenteel lopende routine Benaming van de actieve testroutine
Huidige teststap Positie binnen een test met meerdere stappen
Nog uit te voeren teststappen Resterende stappen tot de voltooiing
Oorzaak van afbreken Reden, indien de test voortijdig werd beëindigd

Daarnaast kun je eigen meetwaarden voor bewaking toevoegen (bijv. stroomopname, temperatuur, foutvlaggen), om tijdens de test verdere diagnosegegevens te observeren.

Einde van de actuatortest:

Na voltooiing van alle teststappen toont CarPort de melding Actuatortest beëindigd. Als de test door het regelapparaat voortijdig wordt afgebroken (bijv. vanwege een herkende fout of een veiligheidsuitschakeling), verschijnt de melding Actuatortest geannuleerd door ECU.

Basisinstelling

Basisinstelling

De basisinstelling (ook Basic Settings) instrueert een regelapparaat om een initialisatie- of kalibratieroutine uit te voeren. Daarbij brengt het regelapparaat een mechanische of elektronische component in een gedefinieerde uitgangstoestand of leert het de huidige positie of karakteristieke waarden opnieuw in.

In tegenstelling tot de aanpassing, waarbij je handmatig waarden wijzigt, voert de basisinstelling een geautomatiseerd proces in het regelapparaat zelf uit. CarPort geeft daarbij alleen het startcommando – de eigenlijke kalibratie neemt het regelapparaat autonoom voor zijn rekening.

Wanneer is een basisinstelling noodzakelijk?

Een basisinstelling is typisch vereist na de vervanging of reparatie van onderdelen, zodat het regelapparaat de nieuwe componenten correct herkent en kalibreert. Veelvoorkomende toepassingen zijn:

  • Gasklep inleren: Na vervanging of reiniging van de gasklep moet het regelapparaat de mechanische aanslagposities (volledig gesloten / volledig geopend) opnieuw inmeten.
  • Stuurhoeksensor kalibreren: Na werkzaamheden aan de stuurinrichting of het onderstel moet het nulpunt van de stuurhoeksensor opnieuw worden ingeleerd, zodat ESP en rijhulpsystemen correct werken.
  • Elektrische parkeerrem (EPB): Voor het vervangen van remblokken moet de parkeerrem in de onderhoudsmodus worden gezet (zuigers terugstellen). Na de inbouw wordt deze via de basisinstelling weer geactiveerd en gekalibreerd.
  • Koelcircuit ontluchten: Na het vullen van het koelsysteem (bijv. na vervanging van de radiateur of distributieriem) start het regelapparaat een automatische ontluchtingscyclus, waarbij pomp en kleppen luchtbellen uit het circuit pompen.

⚠️ Let op: Basisinstellingen grijpen actief in op de werking van het regelapparaat. Vooral bij veiligheidsrelevante systemen (remmen, stuurinrichting, airbag) kunnen foutieve of op het verkeerde moment uitgevoerde routines leiden tot gevaarlijke situaties. Voer basisinstellingen alleen uit als je weet welke routine je start, en neem de voorwaarden in acht (bijv. motor uit, stuur in de rechtuitstand, voertuig op een vlakke ondergrond).

De procedure verschilt afhankelijk van het diagnoseprotocol.

Basisinstelling bij KWP1281 / KWP2000

Bij de oudere protocollen zijn de basisinstellingen georganiseerd in genummerde blokken – analoog aan de meetwaardeblokken.

Stap-voor-stap handleiding:

  1. Selecteer het gewenste blok uit de lijst of voer het bloknummer handmatig in (als er geen beschrijvingsgegevens beschikbaar zijn).
  2. Klik op Start.
    • KWP1281: CarPort leest eerst de meetwaarden van het geselecteerde blok uit en toont deze. Deze waarden staan in de regel in direct verband met de basisinstelling en dienen ter bewaking van het verloop.
    • KWP2000: CarPort start de routine op het regelapparaat, zonder de basisinstelling onmiddellijk te activeren. Indien beschikbaar worden begeleidende meetwaarden weergegeven.
  3. Klik op Activeren om de eigenlijke basisinstelling te activeren. Het regelapparaat voert nu de noodzakelijke kalibratiestappen uit (bijv. gasklep naar de aanslagen sturen, sensorwaarden inmeten).
  4. Observeer de weergegeven meetwaarden om de voortgang en het resultaat van de basisinstelling te volgen.
  5. Na voltooiing toont CarPort de melding Basisinstelling voltooid.
  6. Klik op Deactiveren om de basisinstelling te beëindigen en terug te keren naar de normale bedrijfsmodus.

💡 Bijzonderheid bij KWP1281: Via de knop Volgend blok kun je direct naar het volgende blok overschakelen, zonder de basisinstelling te verlaten. Bij sommige regelapparaten moeten de blokken in een bepaalde volgorde worden afgewerkt, omdat ze van elkaar afhankelijk zijn. Neem hiervoor de aanwijzingen in de beschrijvingsgegevens of de werkplaatsdocumentatie in acht.

Basisinstelling bij UDS

Bij regelapparaten met UDS-protocol zijn basisinstellingen als benoemde routines in de ODX-beschrijvingsgegevens opgeslagen.

Stap-voor-stap handleiding:

  1. CarPort toont de beschikbare basisinstellingen uit de ODX-gegevens met duidelijke tekstnamen (bijv. "Gasklepadaptatie", "Stuurhoeksensor kalibreren"). Selecteer de gewenste routine.
  2. Klik op Start om de routine te starten. De basisinstelling wordt onmiddellijk actief – er is geen afzonderlijke activeringsstap zoals bij KWP1281/KWP2000.
  3. Bewaak de voortgang aan de hand van de weergegeven meetwaarden.
  4. Na succesvolle voltooiing toont CarPort de melding Basisinstelling voltooid.

Meetwaarden tijdens de basisinstelling (UDS):

Analoog aan de actuatortest toont CarPort tijdens een lopende basisinstelling automatisch statusinformatie, mits het regelapparaat deze beschikbaar stelt:

Meetwaarde Beschrijving
Status van de basisinstelling Huidige toestand (loopt, voltooid, afgebroken)
Bedieningsinstructie Aanwijzingen van het regelapparaat aan de gebruiker (bijv. "Stuurwiel naar links draaien")
Momenteel lopende routine Benaming van de actieve kalibratieroutine
Huidige teststap Positie binnen een proces met meerdere stappen
Nog uit te voeren teststappen Resterende stappen tot de voltooiing
Oorzaak van afbreken Reden, indien de routine voortijdig werd beëindigd

Daarnaast kun je eigen meetwaarden voor bewaking toevoegen (bijv. motortoerental, temperatuur, sensorwaarden), om tijdens de basisinstelling verdere relevante parameters in de gaten te houden.

Afbreken en foutmeldingen

De basisinstelling kan via de knop Stop op elk moment handmatig worden afgebroken. Als het regelapparaat de routine zelfstandig afbreekt (bijv. vanwege niet-vervulde voorwaarden of een herkende fout), verschijnt de melding Basisinstellingen afgebroken door ECU. In dit geval moet je de weergegeven meetwaarden en het foutgeheugen controleren om de oorzaak te achterhalen.

Inbouwlijst

Inbouwlijst

De inbouwlijst is een in de diagnose-gateway (adres 19) opgeslagen overzicht van alle in het voertuig ingebouwde regelapparaten. Deze dient als centrale referentie voor welke elektronische systemen in het voertuig aanwezig zijn.

ℹ️ Opmerking: De inbouwlijst is uitsluitend beschikbaar bij voertuigen met een CAN-bus-diagnosegateway. Oudere voertuigen met uitsluitend K-lijn-diagnose hebben geen gateway en dus geen inbouwlijst.

Betekenis van de inbouwlijst:

De inbouwlijst wordt door CarPort op meerdere plaatsen gebruikt:

  • Regelapparaatselectie: In het tabblad Geïnstalleerd toont CarPort alleen de regelapparaten die in de inbouwlijst als ingebouwd zijn geregistreerd.
  • AutoScan: Bij de automatische foutscan worden gericht de in de inbouwlijst vermelde regelapparaten opgevraagd, wat het scanproces aanzienlijk versnelt.

Wanneer moet de inbouwlijst worden aangepast?

In de regel komt de inbouwlijst overeen met de daadwerkelijke voertuiguitrusting. Er zijn echter situaties waarin een handmatige aanpassing noodzakelijk is:

  • Achteraf inbouwen van componenten: bijv. trekhaak met eigen regelapparaat, inbouwen van een standkachel of een achteruitrijcamera.
  • Verwijderen van regelapparaten: bijv. uitbouw van een niet meer benodigd systeem.
  • Ontbrekende of onjuiste vermeldingen: In zeldzame gevallen kan de inbouwlijst af fabriek onvolledig of foutief zijn.

Als een regelapparaat fysiek is ingebouwd, maar niet in de inbouwlijst is geregistreerd, wordt het in de AutoScan overgeslagen en verschijnt het niet in de regelapparaatselectie onder Geïnstalleerd. Omgekeerd leidt een vermelding voor een niet-aanwezig regelapparaat tot verbindingsfouten bij de AutoScan.

ℹ️ Belangrijk: Een inbouwlijst die niet past bij de daadwerkelijke uitrusting leidt vaak tot vermeldingen in het foutgeheugen. Als een regelapparaat in de lijst is geregistreerd, maar fysiek niet aanwezig is (onderbezetting), herkent de gateway een communicatiefout. Als omgekeerd een regelapparaat is ingebouwd, maar niet in de lijst is opgenomen (overbezetting), kunnen afhankelijke systemen foutmeldingen genereren omdat verwachte gegevens uitblijven. Pas de inbouwlijst daarom altijd aan wanneer de voertuiguitrusting verandert.

Stap-voor-stap handleiding:

  1. Open het tabblad Inbouwlijst in het verbonden gateway-regelapparaat (adres 19).
  2. CarPort toont de huidige lijst van alle mogelijke regelapparaten met een vinkje voor elk als ingebouwd geregistreerd systeem.
  3. Plaats het vinkje bij regelapparaten die moeten worden toegevoegd, of verwijder het bij regelapparaten die niet meer zijn ingebouwd.
  4. Klik op Schrijven... om de wijzigingen permanent in de gateway op te slaan.

💡 Tip: Wil je je wijzigingen voor het opslaan ongedaan maken, klik dan op Resetten om terug te keren naar de oorspronkelijk uitgelezen lijst. Dit is alleen mogelijk zolang er nog niet is opgeslagen.

Toegangsautorisatie

Toegangsautorisatie

De toegangsautorisatie is een beschermingsmechanisme dat bepaalde diagnosefuncties van een regelapparaat pas vrijschakelt na invoer van een 5-cijferige code. Hiermee wordt voorkomen dat veiligheids- of toelatingsrelevante parameters per ongeluk of onbevoegd worden gewijzigd.

  • Protocollen: Uitsluitend bij KWP2000 en UDS. Bij KWP1281 wordt in plaats daarvan de functie Login / Codering II gebruikt.

Welke functies worden beschermd?

De toegangsautorisatie is typisch vereist voor de volgende acties:

Meerdere toegangsniveaus:

Een regelapparaat kan over meerdere toegangscodes beschikken, die elk verschillende functiegebieden vrijschakelen. Zo kan bijvoorbeeld de ene code de aanpassing toestaan, terwijl een andere code vereist is voor de basisinstelling.

💡 Tip: Als er beschrijvingsgegevens voor het regelapparaat beschikbaar zijn, toont CarPort de beschikbare toegangsniveaus met duidelijke tekstnamen in een keuzelijst. Een overzicht van veelgebruikte codes vind je in de bijlage.

Stap-voor-stap handleiding:

  1. Voer de 5-cijferige toegangscode in het invoerveld in of selecteer bij beschikbare beschrijvingsgegevens de juiste vermelding uit de lijst.
  2. Klik op Aanvragen....
  3. Bevestig de aanvraag in de weergegeven dialoog.
  4. Bij succes wordt het desbetreffende functieniveau vrijgeschakeld. CarPort toont dit in de statusweergave.

Gedrag bij foutieve invoer:

Als er een onjuiste code wordt ingevoerd, blokkeert het regelapparaat verdere toegangspogingen gedurende een door de fabrikant gedefinieerde wachttijd (vaak 10–30 seconden, bij herhaalde foutieve invoer ook langer). Tijdens deze blokkeertijd weigert het regelapparaat elke verdere code – ook de correcte.

⚠️ Let op: Wacht na een foutieve invoer de volledige blokkeertijd af voordat je een nieuwe poging start. Een onmiddellijke hernieuwde invoer – zelfs met de correcte code – kan door het regelapparaat worden geweigerd en de blokkeertijd verlengen.

Login / Codering II

De functies Login en Codering II zijn beschermingsmechanismen van de oudere diagnoseprotocollen KWP1281 en KWP2000. Ze vervullen een vergelijkbare taak als de toegangsautorisatie, maar verschillen in hun werking.

Verschil met de toegangsautorisatie:

Eigenschap Toegangsautorisatie Login / Codering II
Protocollen KWP2000, UDS KWP1281, KWP2000
Werking Schakelt een functieniveau vrij Voert een actie direct uit of combineert vrijschakeling met codering
Codeformaat 5-cijferige code 5-cijferige code

Login:

De login draagt een code over aan het regelapparaat, die een bepaalde functie direct vrijschakelt of activeert. In tegenstelling tot de toegangsautorisatie, die slechts een autorisatieniveau opent, kan een login onmiddellijk een configuratiewijziging bewerkstelligen.

Codering II:

De Codering II combineert de invoer van een code met een gelijktijdige coderingswijziging. Hiermee kunnen functies worden vrijgeschakeld die niet via de reguliere codering toegankelijk zijn. Een typisch voorbeeld is de vrijschakeling van de cruise control (GRA): Door invoer van de juiste code wordt de GRA-functie in het regelapparaat geactiveerd.

Stap-voor-stap handleiding:

  1. Voer de code in het invoerveld in of selecteer bij beschikbare beschrijvingsgegevens de juiste vermelding uit de lijst.
  2. Klik op Inloggen....
  3. Bevestig de actie in de weergegeven dialoog.

ℹ️ Opmerking: Of een regelapparaat Login of Codering II ondersteunt, is specifiek voor het regelapparaat en hangt af van de firmware. Niet elk regelapparaat biedt deze functie aan. Als er beschrijvingsgegevens beschikbaar zijn, toont CarPort de beschikbare login-opties met duidelijke tekstbenamingen.

SFD

SFD

SFD (Bescherming van voertuigdiagnose) is een cryptografisch beschermingsmechanisme dat de Volkswagen-groep vanaf ca. modeljaar 2020 (Golf 8, Octavia 4, Seat Leon 4 e.a.) in zijn regelapparaten toepast. Het vervangt bij deze voertuigen de eerdere toegangsautorisatie (Security Access) en beschermt schrijvende diagnosefuncties zoals codering, aanpassing en basisinstelling tegen onbevoegde toegang.

Verschil met de toegangsautorisatie:

Eigenschap Toegangsautorisatie SFD
Beschermingsmethode Statische 5-cijferige code Cryptografische challenge-response-methode (Token + Key)
Voertuigbinding Code geldt voor alle voertuigen met hetzelfde regelapparaat Key is gebonden aan het individuele chassisnummer (VIN)
Protocollen KWP2000, UDS Alleen UDS
Geldigheidsduur Permanent geldig In tijd of per sessie beperkt (afhankelijk van de fabrikant)

Hoe herken je een SFD-beschermd regelapparaat?

Als een regelapparaat door SFD is beschermd, toont CarPort na het opbouwen van de verbinding het tabblad SFD. Het tabblad Toegangsautorisatie is in dit geval niet aanwezig. Zonder voorafgaande SFD-vrijschakeling zijn schrijvende functies (codering, aanpassing, basisinstelling) geblokkeerd – lezende functies zoals foutgeheugen uitlezen en meetwaarden blijven onbeperkt beschikbaar.

Vrijschakeling via de offline-methode:

CarPort ondersteunt de SFD-vrijschakeling via een offline-methode. Daarbij wordt eerst een voertuigspecifieke token gegenereerd, die vervolgens bij een externe dienst (derde partij) wordt ingewisseld voor een vrijschakelcode (Key).

ℹ️ Belangrijk: CarPort kan zelf geen SFD-keys genereren. De key-berekening gebeurt uitsluitend via externe online diensten (derde partijen). CarPort ondersteunt echter het gehele proces van token-generatie en key-toepassing, om de vrijschakeling zo eenvoudig mogelijk te maken.

Stap-voor-stap handleiding:

  1. Open het tabblad SFD in het verbonden regelapparaat. Het gedeelte SFD-status toont de huidige beschermingstoestand.
  2. Selecteer onder SFD-besturing de optie SFD-token genereren en klik op Toepassen.
  3. Het regelapparaat genereert een individuele token, die in CarPort wordt weergegeven. Daarnaast wordt het chassisnummer (VIN) weergegeven.
  4. Kopieer beide waarden (token en VIN). Via de knop Opslaan in bestand... kun je beide waarden comfortabel in een tekstbestand opslaan.
  5. Open de online dienst van een SFD-aanbieder (derde partij) en voer daar de token en het VIN in om de vrijschakelcode (Key) te verkrijgen.
  6. Ga terug naar CarPort. Selecteer onder SFD-besturing de optie Ontgrendelen met SFD-sleutel, voer de verkregen key in en klik op Toepassen.
  7. Bij een succesvolle vrijschakeling toont CarPort een bevestiging. De schrijvende diagnosefuncties zijn nu beschikbaar.

ℹ️ Opmerking: De SFD-vrijschakeling kan afhankelijk van het regelapparaat in tijd beperkt zijn. Na afloop of na het verbreken van de verbinding moet het proces indien nodig opnieuw worden uitgevoerd.

Speciale functies

Service-assistent

Service-assistent

Voertuigen van het Volkswagen-concern beschikken over een service-intervalweergave, die de bestuurder herinnert aan geplande onderhoudswerkzaamheden (bijv. olieverversing, inspectie). Deze intervalgegevens worden in het instrumentenpaneel (snelheidsmeter) als aanpassingskanalen opgeslagen en omvatten doorgaans de resterende afstand (in km) en de resterende tijd (in dagen) tot de volgende servicebeurt.

Na het uitvoeren van onderhoud moeten deze tellers handmatig worden gereset, zodat de service-intervalweergave correct werkt. Technisch gebeurt dit via de functie Aanpassing van het instrumentenpaneel – de betreffende kanalen moeten afzonderlijk op de juiste waarden worden ingesteld.

De service-assistent in CarPort vereenvoudigt dit proces aanzienlijk: hij voegt alle relevante service-intervalparameters samen in een overzichtelijke weergave en maakt het resetten met een paar klikken mogelijk – je hoeft de afzonderlijke aanpassingskanalen en hun doelwaarden niet te kennen.

Functies:

  • Overzichtelijke weergave: Alle voor het service-interval relevante aanpassingskanalen worden met hun huidige en nieuwe waarden weergegeven.
  • Vooraf gedefinieerde taken: In het gedeelte Taken staan veelvoorkomende servicescenario's als vooraf gedefinieerde selectiegroepen klaar (bijv. alleen olie-interval resetten, olieverversing + inspectie resetten). De selectie van een taak markeert automatisch de bijbehorende aanpassingskanalen met de correcte doelwaarden.
  • Wijzigingsvoorbeeld: Alle kanalen waarvan de waarden door de geselecteerde taak worden gewijzigd, zijn geel gemarkeerd – zo zie je voor het overdragen precies welke parameters worden aangepast.

Stapsgewijze handleiding:

  1. Start de service-assistent via het menu OptiesServiceassistent starten of via de gelijknamige knop in de werkbalk.
  2. Selecteer in het gedeelte Taken de gewenste servicetaak (bijv. olieverversing, inspectie of beide).
  3. Controleer de geel gemarkeerde wijzigingen in het overzicht. Indien nodig kun je afzonderlijke waarden handmatig aanpassen.
  4. Klik op Wijzigingen toepassen... om de wijzigingen naar de regeleenheid over te dragen.
  5. Schakel het contact uit en weer in, zodat het instrumentenpaneel de nieuwe waarden overneemt en de service-intervalweergave wordt bijgewerkt.

💡 Tip: Als de service-assistent voor jouw voertuig geen vooraf gedefinieerde taken aanbiedt, kun je de service-intervallen ook handmatig via de Aanpassingsfunctie van het instrumentenpaneel resetten.

Alle foutcodes wissen

Deze functie maakt het mogelijk om de foutgeheugens van alle regeleenheden in het voertuig met één enkele opdracht te wissen, zonder elke regeleenheid afzonderlijk te hoeven openen en het foutgeheugen handmatig te moeten wissen. Dit is vooral nuttig na uitgebreide reparatiewerkzaamheden waarbij foutcodes in meerdere systemen tegelijkertijd zijn opgetreden.

Voorwaarde:

Voordat de functie beschikbaar is, moet een AutoScan volledig zijn afgerond. Zo is gegarandeerd dat je de actuele foutstatus van alle regeleenheden kent en bewust besluit om de foutgeheugens te wissen.

⚠️ Let op: Door het wissen gaan alle opgeslagen foutcodes en bijbehorende freeze-frame-gegevens in alle regeleenheden verloren. Exporteer indien nodig vooraf een Diagnoserapport om de fouten te documenteren.

Wismethoden afhankelijk van het voertuigtype:

CarPort gebruikt afhankelijk van de fysieke interface verschillende wisprocedures:

  • CAN-bus: CarPort gebruikt een broadcast-opdracht, die door alle regeleenheden tegelijkertijd wordt ontvangen en verwerkt. Hierdoor worden alle foutgeheugens vrijwel gelijktijdig gewist – het proces duurt slechts enkele seconden, ongeacht het aantal regeleenheden.
  • K-lijn: Omdat er op de K-lijn geen broadcast mogelijk is, stuurt CarPort de wisopdracht na elkaar naar elke afzonderlijke regeleenheid die in de AutoScan foutcodes vertoonde. Dit proces kan, afhankelijk van het aantal betrokken regeleenheden, enkele minuten duren.

ℹ️ Opmerking: Soms reageren regeleenheden anders op de CAN-broadcast-wisopdracht dan op een direct geadresseerde wisopdracht. Mochten er na het globale wissen in afzonderlijke regeleenheden nog foutcodes achterblijven, open dan de betreffende regeleenheid en wis het foutgeheugen daar handmatig.

Stapsgewijze handleiding:

  1. Voer een volledige AutoScan uit om alle regeleenheden en hun foutcodes te registreren.
  2. Klik op Alle foutcodes wissen... in de werkbalk of selecteer de optie via het menu OptiesAlle foutcodes wissen....
  3. Bevestig het wisverzoek in het weergegeven dialoogvenster.
  4. CarPort voert het wisproces uit en toont de voortgang.
  5. Na voltooiing moet je een nieuwe AutoScan uitvoeren om te controleren of alle foutgeheugens succesvol zijn gewist.

Diagnosemodus (UDS)

Bij regeleenheden met het UDS-protocol werkt de diagnosecommunicatie in verschillende diagnosesessies (Diagnostic Sessions). Elke sessie definieert welke opdrachten de regeleenheid accepteert en welke functies zijn vrijgegeven. CarPort schakelt bij het opbouwen van de verbinding automatisch over naar de juiste modus – in bepaalde situaties kan het echter nodig zijn om de modus handmatig om te schakelen.

Omschakelen van de diagnosemodus:

Bij een geopende UDS-verbinding vind je rechtsboven in het regeleenheidvenster een keuzelijst (dropdown) voor de diagnosemodus. De volgende modi zijn beschikbaar:

Modus Beschrijving
VW-diagnosemodus De standaardmodus voor de VAG-specifieke diagnose. Wordt na elke verbindingsopbouw automatisch door CarPort ingesteld. Hier zijn alle gebruikelijke diagnosefuncties beschikbaar (foutgeheugen, meetwaarden, codering, aanpassing, basisinstelling, enz.).
OBD-diagnosemodus Beperkte diagnosemodus, die zowel voor de generieke OBD-2-diagnose als VAG-specifiek wordt gebruikt. Leesfuncties (foutgeheugen, meetwaarden, regeleenheidinfo) zijn beschikbaar, schrijftoegang (codering, aanpassing, basisinstelling, actuatortest) is echter niet mogelijk.
Programmeermodus Programmeermodus voor het flashen van regeleenheidsoftware. Is nodig voor firmware-updates.
Einde-lijnemodus (EOL) Speciale modus voor End-of-Line-tests aan het einde van de productielijn. Biedt toegang tot fabrieksconfiguratiefuncties.
Ontwikkelingsmodus Ontwikkelingsmodus met uitgebreide diagnosefuncties, die normaal gesproken alleen in de voertuigontwikkeling wordt gebruikt.

Wanneer moet de modus handmatig worden gewijzigd?

In de regel is handmatig omschakelen niet nodig, omdat CarPort automatisch de VW-diagnosemodus instelt. Bepaalde speciale functies – in het bijzonder afzonderlijke coderingsopties – vereisen echter de overschakeling naar de Einde-lijnemodus (EOL) of Ontwikkelingsmodus.

ℹ️ Opmerking: Bij voertuigen met Secure Gateway (SFD/UNECE) is uitsluitend de OBD-diagnosemodus beschikbaar. De gateway blokkeert de overschakeling naar andere diagnosesessies zolang er geen gateway-authenticatie heeft plaatsgevonden.

Debug-logs

Als er tijdens de diagnose problemen optreden – bijv. communicatiefouten, verbroken verbindingen of onverwachte foutmeldingen – kan CarPort de volledige communicatie met het voertuig als debug-log vastleggen. Deze logs bevatten gedetailleerde informatie over alle verzonden en ontvangen berichten, de interne verwerkingsstappen en eventuele fouten of uitzonderingen.

Debug-logs zijn het belangrijkste hulpmiddel voor ons ontwikkelteam om de oorzaak van een probleem te analyseren. Bij een supportaanvraag word je daarom meestal gevraagd om een debug-log te maken en naar ons te sturen.

ℹ️ Opmerking: Debug-logs bevatten uitsluitend technische communicatiegegevens tussen CarPort en het voertuig. Er worden geen persoonlijke gegevens vastgelegd.

Stapsgewijze handleiding:

  1. Activeer de debug-log-registratie via het menu OptiesFoutopsporingslogboeken schrijven.
  2. Er wordt een dialoogvenster geopend dat de opslaglocatie toont. Het standaardpad is de in de Programma-instellingen gedefinieerde debug-map.
  3. Voer de diagnose heel normaal uit totdat het probleem optreedt (bijv. communicatiefout, onverwachte foutmelding).
  4. Sluit CarPort af.
  5. Er wordt automatisch een Windows Verkenner-venster geopend met de map waarin de debug-logs zijn opgeslagen. De logbestanden hebben een tijdstempel in de bestandsnaam, zodat je het relevante bestand gemakkelijk kunt identificeren.
  6. Stuur het logbestand per e-mail naar onze support, zodat ons ontwikkelteam de oorzaak kan analyseren.

Programma-instellingen

Opties

Via het menu ProgrammaInstellingen... bereik je de globale configuratie. De instellingen zijn onderverdeeld in verschillende tabbladen:

Algemeen:

Hier vind je de basisprogramma-instellingen:

  • Taal: Bepaalt de weergavetaal van de gebruikersinterface (herstart vereist).

  • Automatische regeleenheidselectie: ECU-selectie automatisch weergeven indien van toepassing
    Bij voertuigen met CAN-bus (en gateway) opent de regeleenheidselectie automatisch zodra de interface is herkend.

  • Tabbladen op de achtergrond: ECU-tabbladen op de achtergrond openen
    Regeleenheid-tabbladen worden op de achtergrond geopend, zodat je niet uit je huidige weergave wordt gehaald.

  • Handmatige voertuigselectie in AutoScan: AutoScan: Automatische voertuigidentificatie uitschakelen
    Schakelt de automatische voertuigherkenning uit. Dit dwingt de AutoScan-dialoog om altijd naar de handmatige selectie (bijv. een scanlijst) te vragen. Handig voor speciale diagnosescenario's.

  • Database-optimalisatie: Preload database uitschakelen (niet aanbevolen)
    Schakelt het laden van de database bij het opstarten uit. Let op: Dit versnelt weliswaar het opstarten van het programma, maar kan leiden tot vertragingen en time-outs tijdens de diagnose.

  • CSV-exportformaat: Veldscheidingsteken:
    Configureert het scheidingsteken voor logbestanden (bijv. bij meetwaarden). Standaard wordt een komma , gebruikt, in regio's met een decimale komma (zoals Duitsland) automatisch een puntkomma ;, om Excel-compatibiliteit te garanderen.

  • Mappen: Hier definieer je de opslaglocaties voor verschillende bestanden:

    • Labels: Opslaglocatie voor beschrijvingsbestanden.
    • Logboeken: Doelmap voor geregistreerde meetwaarden (CSV).
    • Rapporten: Doelmap voor diagnoserapporten (PDF).
    • Debuggen: Opslaglocatie voor technische debug-logboeken.

KKL-interface:

Specifieke instellingen voor de communicatie via de K-lijn (oudere voertuigen):

  • COM-poort: Handmatige selectie van de COM-poort, voor het geval de automatische herkenning mislukt.
  • Bus-rusttijd: Een wachttijd in seconden die de interface afwacht voordat deze verzendt. Handig bij instabiele verbindingen (standaardwaarden zijn meestal voldoende).
  • Snelle initialisatie: Activeert een versneld verbindingsprotocol voor KWP2000. Schakel deze optie uit als er verbindingsproblemen optreden.

Werkplaats:

  • Werkplaatsinformatie: Hier kun je je bedrijfsgegevens (apparaatnummer, importeursnummer, werkplaatscode) invoeren. Deze gegevens worden bij schrijftoegang (bijv. codering) naar de regeleenheid verzonden en daar opgeslagen. Opmerking: Laat de velden leeg om de informatie te behouden die al in de regeleenheid is opgeslagen.

Bijlage

Lijst van bekende toegangsrechten

01 – Motorstuurapparaat (ECU)

Code Functie Opmerkingen
12233 Toegang tot aanpassingskanalen Standaard voor 4-cilinder TDI-motoren (1Z, AHU, AFN, ALH, ASV, AXR, ASZ, etc.)
27971 DPF-functies Voor roetfilter-aanpassingen
17575 DPF-regeneratie Geforceerde regeneratie dieselroetfilter
79153 Speciale functies Niet voor alle stuurapparaten beschikbaar
26262 Alternatieve aanpassing Voor sommige V6 TDI en andere ECU-varianten
22158 Motorcode AEL Voor 2,5l TDI-motoren

Typische toepassingen:

  • Stationair toerental aanpassen
  • EGR-waarden (uitlaatgasrecirculatie) wijzigen
  • Inspuithoeveelheid afstellen
  • DPF-service en geforceerde regeneratie

03 – Remelektronica (ABS/ESP)

Code Functie Opmerkingen
20103 Algemene vrijschakeling Basiscode voor verschillende functies
40168 Basisinstelling Stuurhoeksensor kalibreren, ESP-systeem
11966 Hydraulische remassistent
25757 Remstabilisatie
25004 Rembekrachtiger Adaptatie
31857 Basisinstelling & aanpassing Uitgebreide vrijschakeling
24990 Aanpassingsvrijgave Algemeen
40304 / 44595 Remschijfdroging

Typische toepassingen:

  • Stuurhoeksensor (G85) kalibreren/afstellen
  • ESP-systeem na reparatie opnieuw coderen
  • XDS (elektronisch sperdifferentieel) aanpassen
  • ABS-stuurapparaat na vervanging inrichten

09 – Boordnetstuurapparaat

Code Functie Opmerkingen
12151 Aanpassingsvrijgave bijv. Audi A6 4F
31347 Toegangsautorisatie Standaard voor veel voertuigen

Typische toepassingen:

  • Coming-Home/Leaving-Home functies
  • Deurvergrendeling bij snelheid
  • Raammechanisme-functies
  • Verlichtingsaanpassingen

17 – Instrumentenpaneel (Combi-instrument)

Code Functie Opmerkingen
20103 Aanpassingsvrijgave Voertuigen voor modeljaar 2016
25327 Variant Vanaf modeljaar 2016
47115 Aanpassingsvrijgave Vanaf modeljaar 2016
13861 Combi-instrument Standaard-login voor aanpassingen

Typische toepassingen:

  • Service-interval resetten
  • Weergaveopties configureren
  • Startonderbreker-gerelateerde instellingen

34 – Niveauregeling / Luchtvering

Code Functie Opmerkingen
20103 Basisvrijschakeling Algemene toegang
31564 Kalibratie Hoogteaanpassing, regelpositie inleren

Typische toepassingen:

  • Voertuighoogte kalibreren (verlagen/verhogen)
  • Regelpositie na reparatie opnieuw inleren
  • Niveausensoren afstellen
  • Luchtvering-basisinstelling

44 – Stuurbekrachtiging

Code Functie Opmerkingen
19249 Aanpassingsvrijgave Standaard
28183 Rijprofielomschakeling Aanpassing IDE06419
44595 Uitgebreide functies Speciale toepassingen

46 – Comfortsysteem (Centrale vergrendeling)

Code Functie Opmerkingen
22790 Aanpassing Comfortfuncties

Typische toepassingen:

  • Automatische vergrendeling bij snelheid
  • Claxonsignaal bij ver-/ontgrendelen
  • Enkele deur- of volledige opening
  • Ramen sluiten via afstandsbediening

55 – Lichtbundelhoogteverstelling

Code Functie Opmerkingen
15284 Aanpassingsvrijgave Standaard
20103 Alternatief Algemene toegang

5F – Infotainment

Code Functie Opmerkingen
20103 Aanpassing Infotainment-instellingen

6C – Achteruitrijcamera

Code Functie Opmerkingen
22351 Kalibratie Aanpassingsvrijgave voor achteruitrijcamera

Overige stuurapparaten

Adres Systeem Codes
05 Toegangs-/startautorisatie 20103
08 Airco-/verwarmingselektronica 20103
10 Parkeerhulp 20103, 71679
13 Afstandsregeling (ACC) 14117
14 Wieldemping 20103
18 Standkachel 20103
19 Diagnose-interface 20103
26 Dakelektronica 06777
2B Stuurkolomvergrendeling 20103
3C Rijstrookwisselassistent 20103
42 Deurelektronica bestuurder 20103
4B Multifunctioneel stuurapparaat 20103
52 Deurelektronica passagier 20103
53 Elektrische parkeerrem 21673 (Touareg 7P)
65 Bandenspanningscontrole 20103
75 Telematica 20103
A5 Front-/omgevingscamera 20103
© MPP-Engineering 2026