Veel VW- en Audi-modellen uit de jaren 2000 (onder andere VW Passat B6/B7, VW Passat CC, VW Tiguan 5N, Audi A6 4F en Audi A8 4E) hebben op de achteras een elektrische parkeerrem (EPB) met een eigen regelapparaat 53 parkeerrem, dat via het KWP2000-protocol wordt aangesproken: in elke achterste remklauw zit een stelmotor die via een spindel in de remzuiger de parkeerrem aanspant. Voordat je de achterste remblokken vervangt, moet je deze spindel via de diagnose terugdraaien – anders werk je bij het terugdrukken van de zuiger tegen de mechaniek in en beschadig je de stelmotor of de spindel in de klauw.
In CarPort doe je dat bij het regelapparaat 53 parkeerrem via de Basisinstellingen met drie blokken:
| Blok | Functie |
|---|---|
| 007 | open parkeerrem – spindels draaien terug, zuigers worden vrijgegeven |
| 006 | sluit de parkeerrem – de rem spant na het vervangen van de remblokken weer aan |
| 010 | Functietest – parkeerrem opent en sluit 3 keer, daarbij wordt de nieuwe blokpositie aangeleerd (kalibratie) |
De diagnoseprocedure is alleen voor de achteras nodig. De voorste remblokken vervang je conventioneel zonder diagnoseapparaat.
1. Voorwaarden
- Diagnose-interface is verbonden (statusbalk onderaan toont bijv. „Verbonden met K+CAN. Adapter gereed.”)
- Contact aan, motor uit
- Lader aangesloten (zie kader hieronder)
- Parkeerrem los (controlelampje uit) – met aangespannen parkeerrem kan de basisinstelling niet worden gestart. Om de rem via de schakelaar te lossen moet je bij deze voertuigen het rempedaal intrappen.
- Voertuig veilig opgebokt of op de hefbrug, achterwielen gedemonteerd
⚠️ Waarom de lader verplicht is: gedurende de hele procedure blijft het contact langere tijd ingeschakeld – regelapparaten, verlichting en ventilatoren trekken daarbij flink stroom, zonder dat de dynamo bijlaadt. Daar komen de stelmotoren zelf nog bij: zij hebben bij het verstellen veel stroom nodig, en wanneer ze in de aanslag draaien – bij het openen helemaal terug, bij het sluiten met volle aanspankracht –, ontstaan aan beide klauwen tegelijk kortstondige belastingspieken. Regelapparaat 53 heeft voor de basisinstelling minstens 12,0 volt boordspanning nodig en reageert zeer gevoelig op onderspanning: zakt de spanning weg, dan kan de procedure afbreken, worden er fouten opgeslagen, blijft de parkeerrem in het ergste geval in geopende stand hangen – en in het uiterste geval raakt zelfs het regelapparaat beschadigd. Sluit daarom vóór de start een lader aan en laat die tot het einde van de vervanging van de remblokken aangesloten.
2. Open parkeerrem (blok 007)
- Selecteer het regelapparaat 53 – parkeerrem.
- Ga naar het tabblad Basisinstellingen.
- Voer onder Huidig blok de
7in (of kies 007 open parkeerrem in de lijst) en klik op Instellen. - Klik op Start.

De stelmotoren draaien nu hoorbaar open en geven de zuigers vrij.
⚠️ 30 seconden wachten: wacht nadat de stelmotoren zijn verstomd minstens 30 seconden voordat je de volgende stap uitvoert. Door een firmwareprobleem kan het regelapparaat bij sommige voertuigen beschadigd raken als je te vroeg verdergaat. Deze wachttijd geldt na elk van de drie blokken (007, 006 en 010).
Belangrijk: de zuigers gaan daarbij niet vanzelf terug. De stelmotor trekt alleen de spindel aan de binnenkant terug en geeft de zuiger vrij – terugdrukken moet je hem daarna zelf (stap 3).
3. Remblokken vervangen
Om te sleutelen mag je het contact uitschakelen – de stelmotoren blijven in de geopende stand staan. Laat de lader aangesloten.
- Druk de remzuiger met een zuigerterugsteller recht terug – niet draaien! Anders dan bij klauwen met een mechanische handrem wordt de EPB-zuiger alleen ingedrukt; de spindel heb je immers al via de diagnose teruggedraaid.
- Houd daarbij het remvloeistofpeil in het reservoir in de gaten: bij het terugdrukken stijgt het peil. Is er tussentijds bijgevuld, dan kan het reservoir overlopen – zuig indien nodig vooraf wat af (remvloeistof tast lak aan).
- Vervang de remblokken (en eventueel de schijven) zoals gebruikelijk.
⚠️ Bedien nooit de parkeerremschakelaar en start geen basisinstelling zolang de rem gedemonteerd is of de remblokken uitgebouwd zijn! De spindels zouden in het luchtledige draaien of de zuiger zonder remblokken naar buiten drukken – gevaar voor letsel en beschadiging. Alle drie de blokken mogen alleen draaien met volledig gemonteerde remblokken en klauwen.
4. Remdruk opbouwen
Bedien na de montage het rempedaal meerdere keren, tot het vast is en weerstand biedt. Pas dan liggen de zuigers met de nieuwe remblokken tegen de schijf aan – dat is een voorwaarde voor de volgende stap.
5. Sluit de parkeerrem (blok 006)
- Schakel het contact weer aan en open opnieuw 53 – parkeerrem → Basisinstellingen.
- Voer onder Huidig blok de
6in (of kies 006 sluit de parkeerrem) en klik op Instellen. - Klik op Start en wacht tot de stelmotoren klaar zijn – daarna weer 30 seconden pauze.

Anders dan bij nieuwere voertuigen (bijv. het MQB-platform, waar het afsluiten van de modus voor vervangen remblokken de kalibratie meteen meeneemt) is het vervangen van de remblokken hier nog niet afgerond: hierna volgt de functietest als aparte kalibratiestap.
6. Kalibratie: Functietest (blok 010)
- Voer onder Huidig blok de
10in (of kies 010 Functietest (parkeerrem opent en sluit 3 keer)) en klik op Instellen. - Klik op Start.
De parkeerrem opent en sluit nu 3 keer achter elkaar. Met deze aanspan-/loscycli controleert het regelapparaat de werking van de stelmotoren en leert het de positie van de nieuwe remblokken aan – pas dan kloppen de aanspankracht en de verstelwegen weer. Wacht ook hier na de laatste cyclus 30 seconden voordat je verdergaat.
7. Resultaat controleren
- Controleer het foutgeheugen van regelapparaat 53 en wis het indien nodig. Na een correct uitgevoerde procedure zouden er geen foutcodes meer gemeld mogen worden.
- Bedien de parkeerrem met ingetrapt rempedaal meerdere keren via de schakelaar: aanspannen en weer lossen. De controlelampjes moeten daarna uit zijn.
- Bedien vóór de eerste rit nogmaals meerdere keren het rempedaal, tot het vast is.
8. Aanwijzingen
- 30-secondenregel: ga na elk blok (007, 006, 010) pas verder wanneer de stelmotoren minstens 30 seconden stil zijn – anders dreigt bij sommige regelapparaatversies schade aan het regelapparaat.
- Parkeerrem vooraf lossen: is de parkeerrem bij de start van blok 007 nog aangespannen, dan kan de basisinstelling niet worden uitgevoerd. Eerst lossen, dan starten.
- Afbreken door onderspanning: breekt de procedure af, laad dan de accu op of sluit een lader aan, wis het foutgeheugen en herhaal de procedure vanaf stap 2.
- Blok 020 hoort niet bij het vervangen van de remblokken: de nulstandcompensatie van de longitudinale versnellingssensor is alleen nodig na vervanging van het regelapparaat of de sensor en moet op een vlakke ondergrond worden uitgevoerd.
- Inremmen: rijd nieuwe remblokken de eerste ca. 200 km rustig in en vermijd onnodige noodstops, zodat remblokken en schijven op elkaar inslijten.
- Alleen achteras: de blokken 006/007/010 hebben uitsluitend betrekking op de achterste klauwen met EPB-stelmotoren.