Na een wieluitlijning of werkzaamheden aan de besturing moet de stuurhoeksensor (sensor voor stuurhoek, G85) opnieuw worden gekalibreerd, zodat ESC en stuurhulp weer correct werken. Bij MQB-voertuigen start je de kalibratie met CarPort via de Basisinstelling van het regelapparaat 44 stuurbekrachtiging en draai je het stuur daarbij één keer volledig naar links en naar rechts – na een paar minuten is alles klaar.
1. Wanneer is de kalibratie nodig?
De stuurhoeksensor zit bij MQB-voertuigen direct in de elektromechanische stuurbekrachtiging. Hij meldt aan het ESC en de assistentiesystemen hoever er is ingestuurd – klopt zijn middenstand niet, dan grijpt het ESC verkeerd in of meldt het zich helemaal af. Een kalibratie is nodig na:
- een wieluitlijning of sporing,
- werkzaamheden aan stuurhuis, stuurstangen, stuurkolom of vooras,
- het vervangen van de besturing of van het stuurbekrachtigingsapparaat,
- foutmeldingen zoals „Sensor voor stuurhoek: basisinstelling niet uitgevoerd” (bijv. B116F) in regelapparaat 44.
Typische symptomen van een ontbrekende of verkeerde kalibratie:
- gele of rode stuurbekrachtigings-controlelampje brandt permanent
- ESC-/ABS-lampje aan, ESC-ingrepen zonder herkenbare reden
- assistentiesystemen (bijv. rijstrookassistent) melden een storing
Alleen de accu afgekoppeld? Dan is doorgaans geen kalibratie via diagnose nodig. Na enkele meters rechtuit rijden met lichte stuurbewegingen vindt de besturing haar midden zelf en dooft het controlelampje. Pas als het lampje aan blijft of de basisinstellings-fout opgeslagen blijft, voer je de kalibratie uit.
Opmerking voor kenners van oudere modellen: Bij oudere voertuigen verloopt de kalibratie van de stuurhoeksensor via het regelapparaat 03 remelektronica. Bij het MQB-platform wordt de sensor daarentegen uitsluitend via het regelapparaat 44 stuurbekrachtiging aangeleerd.
2. Voorwaarden
Aan alle voorwaarden moet gelijktijdig zijn voldaan, anders weigert het regelapparaat de basisinstelling of leert het een verkeerde middenstand aan:
- diagnose-interface is verbonden (statusbalk onderin toont bijv. „Verbonden met K+CAN. Adapter gereed.”)
- motor draait stationair, voertuig staat op een vlakke ondergrond
- wielen en stuur staan exact rechtuit (tolerantie ca. ±1,5°)
- stabiele boordnetspanning, minstens ca. 12,5 V (bij een zwakke accu een lader aansluiten)
- geen foutcodes in regelapparaat 44 – behalve de basisinstellings-fout zelf (mechanische oorzaken eerst verhelpen)
3. Kalibratie met CarPort uitvoeren
- Open het regelapparaat 44 stuurbekrachtiging (bijv. adres 44 invoeren in het adresveld linksboven).
- Ga naar het tabblad „Beveiligingstoegang” en voer de login 19249 in. Zonder deze vrijgave wijst het regelapparaat de basisinstelling af.
- Ga naar het tabblad „Basisinstellingen”.
- Kies in de bloklijst links blok 1046 „Sensor voor stuurhoek” – het snelst via het filterveld (stuurhoek invoeren) of door 1046 in het veld „Huidig blok” in te voeren en op „Instellen” te klikken.
- Klik op „Start”.

- Draai het stuur langzaam één keer volledig naar links tot de aanslag en houd het daar ongeveer 5 seconden vast.
- Draai het vervolgens net zo langzaam volledig naar rechts tot de aanslag en houd het weer ongeveer 5 seconden vast.
- Zet het stuur terug in de rechtuitstand. CarPort meldt de voltooiing van de basisinstelling.
- Schakel het contact ongeveer 10 seconden uit en weer in.
4. Resultaat controleren
- Open in regelapparaat 44 het tabblad „Meetwaardeblokken” en controleer de stuurhoek: in de rechtuitstand moet die ongeveer 0° aangeven en bij het draaien van het stuur plausibel veranderen.
- Lees het foutgeheugen opnieuw uit – de melding „basisinstelling niet uitgevoerd” mag niet terugkomen.
- Maak een korte proefrit met een paar stuurbewegingen: het stuurbekrachtigings- en ESC-controlelampje moeten doven en uit blijven.
Dat er tijdens of direct na de procedure waarschuwingsmeldingen in het instrumentenpaneel oplichten (stuurbekrachtiging, ESC, afhankelijk van de uitrusting ook bandenspanningscontrole), is normaal. Na het wissen van de foutcodes en de proefrit horen alle meldingen verdwenen te zijn.
5. Meer basisinstellingen in STG 44
Naast de kalibratie van de sensor (blok 1046) biedt het stuurbekrachtigingsapparaat nog andere basisinstellingen (de beschikbare blokken kunnen per besturing en softwareversie verschillen):
| Blok | Basisinstelling | Doel |
|---|---|---|
| 530 | Stuurhoeksensor, nulpuntafstemming met stuurwiel recht | Zet het nulpunt (middenstand) van de stuurhoeksensor |
| 531 | Sensor voor stuurhoek, initialisatie | Eerste initialisatie van de sensor, bijv. na vervanging van besturing of regelapparaat |
| 533 | Stuurhoeksensor, naar mechanisch midden gaan | Bepaalt het mechanische midden van de besturing |
| 791 | Terugzetten alle leerwaarden | Wist alle leerwaarden van de besturing |
| 870 | Terugzetten van alle aanpassingen | Zet alle aanpassingen terug |
| 999 | Resetten op fabrieksinstelling | Fabrieksreset van het regelapparaat |
| 1046 | Sensor voor stuurhoek | Standaardkalibratie – deze handleiding |
| 1128 | Terugzetten software-eindaanslag | Wist de aangeleerde software-eindaanslagen |
⚠️ Voer de reset-routines (791, 870, 999, 1128) niet „op verdenking” uit. Ze wissen aangeleerde waarden zonder ze opnieuw toe te kennen – daarna is een volledige herinitialisatie van de besturing nodig. Ze horen alleen bij bijzondere gevallen zoals het vervangen van onderdelen volgens de reparatiehandleiding.
Stuureindaanslagen adapteren
Meldt het regelapparaat na werkzaamheden aan de besturing bovendien niet aangeleerde eindaanslagen (of heb je blok 1128 uitgevoerd), dan leer je ze zo opnieuw aan:
- Motor draait, voertuig staat stil.
- Stuur langzaam (ten hoogste ca. 10° per seconde) tot de rechter aanslag draaien en daar 3–5 seconden vasthouden.
- Net zo langzaam tot de linker aanslag draaien, weer vasthouden.
- Stuur terugdraaien naar de rechtuitstand.
6. Valkuilen en tips
- Rechtuit beginnen en eindigen: Vóór de start en na het volledig doordraaien moeten wielen en stuur exact rechtuit staan. Staat het stuur daarbij scheef, dan leert het ESC een verkeerde middenstand aan – gevolg zijn foutieve ESC-ingrepen.
- Kalibreren vervangt geen wieluitlijning: Staat het stuur bij het rechtuit rijden scheef, dan klopt de sporing niet. Eerst (laten) uitlijnen, dan kalibreren – probeer niet de scheefstand via de kalibratie te „corrigeren”.
- Beveiligingstoegang niet vergeten: Zonder de login 19249 breekt de basisinstelling af, bijv. met „Aanvraag buiten de bereikgrenzen” of „Functie onbekend”.
- Fout blijft opgeslagen? Bij sommige besturingen is de links-rechts- sequentie twee keer nodig. Herhaal in dat geval de basisinstelling en controleer het foutgeheugen opnieuw.
- Spanning stabiel houden: Zakt de boordnetspanning tijdens de kalibratie in, dan wordt deze afgebroken of verkeerd aangeleerd – bij twijfel een lader aansluiten.
- Langzaam sturen: Te snelle stuurbewegingen (boven ca. 10°/s) verhinderen dat de aanslagen netjes worden herkend – zowel bij de kalibratie als bij de eindaanslag-adaptatie.
- Afwijkende bloknummers: Afhankelijk van de besturingsgeneratie en softwareversie kunnen bloknummers en benamingen licht afwijken. Zoek bij twijfel via het filterveld op stuurhoek.