CarPort Docs

Softwaredocumentatie

💡 Deze documentatie heeft betrekking op CarPort versie 3.2. Oudere of nieuwere versies kunnen afwijkende functies hebben.

Programma-instellingen

In de programma-instellingen leg je de taal, de opslaglocaties en de diagnosegeschiedenis vast en voer je K-lijnparameters en je werkplaatsgegevens in.

Opties

Via het menu ProgrammaInstellingen... open je de algemene configuratie. De instellingen zijn verdeeld over meerdere tabbladen.

Algemeen

Hier vind je de algemene programma-instellingen:

  • Taal: Legt de weergavetaal van de gebruikersinterface vast (herstart vereist).

  • Automatische ECU-selectie: ECU-selectie automatisch weergeven indien van toepassing
    Bij voertuigen met CAN-bus (en gateway) wordt de ECU-selectie automatisch geopend zodra de interface is herkend.

  • Tabbladen op de achtergrond: ECU-tabbladen op de achtergrond openen
    Tabbladen van regeleenheden worden op de achtergrond geopend, zodat je niet uit je huidige weergave wordt gehaald.

  • Handmatige voertuigkeuze bij AutoScan: AutoScan: Automatische voertuigidentificatie uitschakelen
    Schakelt de automatische voertuigherkenning uit. Daardoor vraagt het AutoScan-dialoogvenster altijd om een handmatige keuze (bijv. een scanlijst). Handig voor speciale diagnosescenario's.

  • Database vooraf laden: Database vooraf laden bij het opstarten (aanbevolen voor langzame computers)
    Laadt de database bij het starten van het programma volledig in het werkgeheugen. Het starten duurt daardoor langer, maar CarPort heeft tijdens de diagnose sneller toegang tot de gegevens – aan te raden voor langzame computers. Standaard is deze optie uitgeschakeld.

  • CSV-exportformaat: Veldscheidingsteken:
    Stelt het scheidingsteken in voor logbestanden (bijv. bij meetwaarden). Standaard wordt een komma , gebruikt, in regio's met een decimale komma (zoals Nederland en Duitsland) automatisch een puntkomma ;, om compatibiliteit met Excel te garanderen.

  • Diagnosegeschiedenis: Regelt de registratie van de diagnosegeschiedenis:

    • Diagnosegeschiedenis registreren schakelt de registratie in of uit. Als deze is uitgeschakeld, wordt er niets nieuws meer vastgelegd; al geregistreerde sessies blijven behouden.
    • Items bewaren gedurende: legt de bewaartermijn in dagen vast (standaard: 90 dagen). Oudere sessies verwijdert CarPort automatisch bij het starten van het programma. Met onbeperkt blijft de geschiedenis permanent bewaard.
    • Geschiedenis nu wissen... wist de volledige diagnosegeschiedenis direct (na bevestiging).
  • Mappen: Hier leg je de opslaglocaties voor verschillende bestanden vast:

    • Labels: opslaglocatie voor beschrijvingsbestanden.
    • Logboeken: doelmap voor geregistreerde meetwaarden (CSV).
    • Rapporten: doelmap voor diagnoserapporten (pdf).
    • Debug: opslaglocatie voor technische debug-logs.

KKL-interface

Specifieke instellingen voor de communicatie via de K-lijn (oudere voertuigen):

  • COM-poort: Handmatige keuze van de COM-poort, als de automatische herkenning mislukt.
  • Bus-rusttijd: Een wachttijd in seconden die de interface in acht neemt voordat hij gaat zenden. Handig bij instabiele verbindingen (de standaardwaarden volstaan meestal).
  • Fast Init: Bepaalt of CarPort bij de OBD2-diagnose via de K-lijn eerst de snelle verbindingsopbouw (Fast Init volgens ISO 14230) probeert; mislukt die, dan volgt automatisch de 5-baud-init. De VAG-specifieke diagnose gebruikt, ongeacht deze instelling, altijd de 5-baud-init. Schakel de optie uit als er bij het opbouwen van de verbinding voor de OBD2-diagnose problemen optreden.

Werkplaats

  • Werkplaatsinformatie: Hier kun je je bedrijfsgegevens (apparaat-ID, importeursnummer, werkplaatscode) invoeren. Deze gegevens worden bij schrijvende toegang (bijv. codering) naar de regeleenheid verzonden en daar opgeslagen.
    Opmerking: Laat de velden leeg om de informatie te behouden die al in de regeleenheid is opgeslagen.